Blog Masonry Full Width
18972
page-template,page-template-blog-masonry-full-width,page-template-blog-masonry-full-width-php,page,page-id-18972,page-child,parent-pageid-1815,stockholm-core-2.2.8,select-theme-ver-8.7,ajax_fade,page_not_loaded,,qode_menu_,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive

2021 Het jaar van Dante Alighieri (1265-1321)

Dit jaar is het jaar van Dante, 700 jaar Dante Alighieri!

Wanneer je de Italiaanse taal voldoende beheerst lees je zijn meesterwerk “Commedia”, in drie delen: Inferno, Purgatorio en Paradiso natuurlijk het best in het Italiaans, maar je kunt ook voor een vertaling gaan. Welke van de vele vertalingen kies je dan?

Hoe lastig dat kan worden vertelde publiciste en vertaalster Hein Groen al in de Groene Amsterdammer (2001, nr.29) die tijdens het lezen van een Engelse vertaling al snel tot de conclusie kwam dat je: “[…] Dantes grootheid alleen in het Italiaans kunt ervaren”.

Aan een Nederlandse vertaling begon zij niet eens…

 

De uitdaging voor de vertaler is natuurlijk ook op zoek gaan naar dat ene woord in de doeltaal dat exact de intentie weergeeft die in de oorspronkelijke taal bedoeld wordt. Daarbij moet je niet alleen de letterlijk betekenis vertalen maar vooral, zoals vertaler Hans Bolland in een gesprek bij “De wereld draait door” (2019) vertelde: vertalen vanuit de ziel van de taal.

Bij Dante gaat het dan ook nog eens om het vertalen van Middeleeuwse poëzie van het hoogste literaire niveau.

 

Uren heb ik besteed aan de Commedia, aan het analyseren van de eigenheid van de taal, aan haar ontstaansgeschiedenis, achtergronden, symboliek en aan de personages die Dante, zelf ook een personage in dit verhaal, op zijn reis tegenkomt. Tijdens die studie Italiaanse taal en cultuur maakte ik kennis met de mooie vertaling van Frans van Dooren (1987) maar je zou ook voor die van Ike Cialona en Peter Verstegen (2000) kunnen kiezen. Daarnaast noem ik Juke Hudig die in haar “Dantes Divina Commedia in 111 pastels”(2014), kiest voor het weergeven van momenten uit de Commedia, in de vertaling van Christinus Kopps (1930), door middel van prachtige verstilde illustraties.

 

Firenze, Ravenna en Dante zijn onverbrekelijk verbonden en nog altijd is er heel veel belangstelling voor “ il sommo poeta”, zeker

nu, 700 jaar na zijn dood in 1321, in dit speciale Dante-jaar, blijf de website volgen!

 

Dante Alighieri, Commedia, con il commento di A. M. Chiavacci Leonardi, Bologna, Zanichelli, 1999

Dante Alighieri: De goddelijke komedie, vertaald door Frans van Dooren, Amsterdam-Leuven 1987.

Dante Alighieri: De goddelijke komedie, vertaald door Ike Cialona en Peter Verstegen, 2 delen, Amsterdam 2000.

Juke Hudig, Dante’s Divina Commedia in 111 pastels, Aurora productions, 2014.

https://www.groene.nl/artikel/vertedering-voor-dante

https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/510245

https://www.facsimilefinder.com/facsimiles/dante-inferno-parigi-imola-facsimile

Illustrazione: Luca Signorelli, Dante Alighieri, detail van Luca Signorelli’s fresco in de kapel van San Brizio, cattedrale di Orvieto

CC BY-SA 3.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0>, via Wikimedia Commons

Tekst Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2021

La torta pasqualina genovese, la torta antichissima della tradizione della cucina Ligure!

Met Pasen wordt in Italië de lente en het ontwaken van de natuur gevierd met deze torta pasqualina genovese, een hartige Paastaart uit Genua, die wordt gemaakt naar een antiek recept uit de traditie van de Ligurese keuken.

Volgens de overlevering gebruikten de vrouwen van Liguria voor deze taart met Pasen drieëndertig vellen uitgerold deeg, een aantal gelijk aan de leeftijd van Christus.

Er wordt “prescinsêua” in verwerkt, een fris en zacht kaasmengsel met een licht zuurtje, typisch voor Liguria, dat nog het meest lijkt op Ricotta.

 

Het ingrediënt wordt al eeuwen gebruikt voor het maken van Ligurese groentetaarten. Men vertelt van documenten uit de 13e en 14e eeuw die in archieven te lezen zijn en getuigen dat “prescinsêua” al in die tijd in de zone rond Noli en Albenga bekend was.

Het product, dat ook bekend staat als “ quagliata a genovese” is in Nederland niet makkelijk verkrijgbaar, daarom kiezen wij hier voor ricotta.

 

Wil je de originele versie maken van deze gevulde Paastaart dan kies je ervoor om hem te vullen met bietole (snijbieten), maar er zijn ook alternatieve versies met artisjokken of spinazie.

 

Voor de korst wordt in Italië veel “farina manitoba” gebruikt, een sterke kwaliteit tarwemeel vernoemd naar waar het vandaan komt, de provincie Manitoba in Canada, met wortels in de cultuur van de toenmalige Indianenbevolking. Het farina manitoba van Caputo is op internet te krijgen.

 

 

 

 

Hier volgen de ingrediënten voor een taart voor 8 personen met spinazievulling:

 

Voor het deeg: 

 

600 gram “farina manitoba”

2 eetlepels olijfolie extravergine

350 ml lauwwarm water

snufje zout

 

Voor de vulling:

 

1,5 kg gewassen spinazie

500 gram Ricotta

12 eieren

½ ui

190 gram Parmigiano Reggiano geraspt

meel

melk

3 takjes Marjolein

nootmuskaat

olijfolie extravergine

zout

zwarte peper

 

Hoe maak ik deze torta pasqualina?

 

Het deeg:

 

Mix de ingrediënten in een kom (zout in het water, dan meel, dan olie) en kneed daarvan een soepel en glad deeg. Vorm 4 ballen en laat deze afgedekt met huishoudfolie minstens een uur in de ijskast rusten. In dit recept gebruik je twee ronde vellen voor de bodem en twee voor de toplaag.

 

Fruit het halve gesnipperde uitje in een koekenpan licht aan met wat olijfolie. Spinazie een paar minuutjes samen met de ui zachtjes mee garen en even laten sudderen, niet te zacht laten worden. Vervolgens uit de pan nemen, in een zeef laten uitlekken en op een houten plank klein snijden. In een kom doen, een snufje zout en peper, 2 eieren, een handje marjolein en 50 gram Parmezaanse kaas toevoegen en goed omroeren.

In een tweede kom met een garde drie eieren door de Ricotta kloppen en 90 gram Parmezaanse kaas toevoegen. Goed doorroeren om klontjes te voorkomen. Zout en nootmuskaat naar smaak toevoegen.

 

Taartvorm invetten met olie en het deeg uitrollen tot een cirkel van 30 cm doorsnee die de bodem van de taartvorm bedekt en iets over de randen hangt.

Goed laten aansluiten en daarna de tweede deegcirkel er bovenop leggen. De groentevulling erin doen en aandrukken met de achterkant van een lepel en daarop de Ricotta gelijkmatig verdelen. Maak met de achterkant van de lepel uitsparingen voor de overige 7 eieren en vul deze voorzichtig met de eidooiers, 1 in het midden, 6 in een kring in een cirkel daar omheen langs de rand van de taart. Klop de resterende 7 eiwitten op en verdeel over de taart en maak af met de overgebleven Parmezaanse kaas.

 

Hierna de derde en vierde toplaag aanbrengen. Olielaagje erover kwasten voor de kleur, het randje omvouwen en aandrukken met een vork.

55 minuten in de oven op 180 graden, of 45 minuten op 160 wanneer je een hete lucht oven gebruikt.

Op de link van het recept onder aan het artikel kun je, ook als je geen Italiaans spreekt via de foto’s het proces volgen. In het filmpje hieronder zie je stap voor stap hoe dit recept gemaakt moet worden. Want let op: originele Italiaanse gerechten horen gemaakt te worden come si deve, zoals het behoort volgens de Italianen!

 

Veel kookplezier en Buona Pasqua!

 

 

Ricetta:

https://ricette.giallozafferano.it/Torta-Pasqualina.html

https://www.mulinocaputo.it/en/flour/la-linea-professionale/manitoba

Illustrazioni:

https://www.prescinseua.it/

https://www.ilgiornaledelcibo.it/farina-manitoba-canada/

Torta pasqualina Di Roger469 – Opera propria, CC BY-SA 3.0,

https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=22712256

Tekst en vertaling recept Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2021

I giardini botanici di Villa Taranto

A beautiful garden does not need to be big, but it should be the realization of one’s dream, even though it is only a couple of square meters large and it is situated on a balcony.

 

De auteur van dit citaat, de Schotse tuinontwerper Neil Boyd Watson Mc Eacharn (1884-1964), creëert zijn eigen droomtuin in Italië. Als jongetje van acht jaar komt deze telg uit een zeer gegoede en welgestelde Schotse familie daar voor het eerst en raakt direct enorm onder de indruk van de variatie van de Italiaanse plantensoorten. Zijn interesse voor de botanica is opgewekt!

 

Mc Eacharn aan het werk in een van de tuinen.

Na studies in Eton en Oxford reist Mc Eacharn in 1928 opnieuw naar Italië om daar op zoek te gaan naar een geschikt stuk land voor de creatie van een fantastische tuin.

Dankzij een advertentie in de The Times vindt hij dit uiteindelijk in 1931 in Pallanza, comune di Verbania aan de oevers van het Lago Maggiore. Hier koopt hij La Crocetta van de Markiezin van Sant’Elia, een buitenhuis met een riant uitzicht over meer.

 

In eerste instantie wil Mc Eacharn een tuin ontwerpen in Engelse landschapsstijl, romantisch, parkachtig met slingerpaden, verassende doorkijkjes en vijvers die hem doen denken aan thuis. Dat idee verandert al snel wanneer hij begint met het ontginnen, modificeren en irrigeren van de grond. Hij importeert duizenden zaden en planten en legt daarmee de basis voor de diversiteit van zijn botanische tuin.

 

Tot aan zijn gedwongen vertrek naar Australië in 1941 als gevolg van de Tweede Wereldoorlog werkt Mc Eacharn continue aan het vervolmaken van zijn tuinontwerp. Hij legt terrassen aan met watervallen, vijvers met waterlelies, de Valletta, een vallei-achtige tuin met een stenen boogbrug, een ecologische moerastuin en een wintertuin vol sierplanten en decoratieve fonteinen.

 

Zijn levenswerk noemt hij Villa Taranto, spreek uit Tàranto, naar een van zijn voorvaderen, Etienne Jacques Joseph Alexander McDonald (1765-1840), generaal in het Franse leger, benoemd door Napoleon tot Maréchal de France en hertog van Taranto voor zijn bijzondere verdiensten.

 

In 1952 heeft Mc Eacharn de tuinen van April tot Oktober opengesteld voor publiek. Om deze na zijn dood te kunnen voortzetten schenkt hij ze vervolgens aan de Italiaanse Staat.

In 1963 is aan hem als erkenning het Cittadinanza onoraria della città di Verbania, het ereburgerschap van de stad Verbania toegekend.

Een jaar later sterft Mc Eacharn, naar het verhaal gaat, op het terras van zijn villa terwijl hij uitkijkt over zijn planten en bloementuin. Het lichaam is bijgezet in een grafkapel in zijn tuinen. Villa Taranto is vanaf 1995 in gebruik genomen door de Prefettura del Verbano -Cusio – Ossola. 

 

De bronzen buste van Mc Eacharn hier rechts op de foto is als stille getuige van zijn aanwezigheid te zien.

 

 

 

 

 

 

Met ruim duizend uit de hele wereld geïmporteerde planten en wel 20.000 bijzondere plantenvariaties tonen de tuinen van Villa Taranto je al hun schoonheid met aandacht voor de botanische evolutie.

 

Heel bijzonder is de Victoria Cruziana, een reuzenwaterlelie uit het Amazonegebied in Zuid-Amerika met enorme bladeren van wel twee meter doorsnee die in een glazen kas in Juni-Juli te zien is. Het bloemblad van deze waterplant opent en sluit zich in de ochtend en de avond en verandert van kleur van wit naar roze. Volgens de overlevering lieten Indiaanse vrouwen hun baby’s wiegen op de stevige bladeren wanneer zij de was deden in de Amazone. Zie voor meer informatie over bijzondere plantensoorten: https://www.villataranto.it/en/rare-botanical-species/ 

 

Om je een indruk te geven van de tuinen en van het Lago Maggiore met de drie belangrijkste eilanden, Isola Bella, Isola dei Pescatori en Isola Madre heb ik ook onderstaande filmpjes bijgevoegd.  Je kunt Villa Taranto ook per boot bezoeken. Wij deden dit in 2019  vanuit Stresa maar er zijn ook mogelijkheden vanuit andere plaatsen, zie daarvoor: http://www.isoleborromee.com/navigazione-lago-maggiore.html

 

 

 

           

 

     

 

 

Maart 2021 zijn de tuinen van Villa Taranto weer opengegaan voor bezoekers met inachtneming van de Coronamaatregelen.

Over de mooiste eilanden van het Lago Maggiore volgende keer!

 

https://www.villataranto.it/it/

Foto Eacharn in giardino: https://www.villataranto.it/

Foto Victoria Cruziana presa da https://www.villataranto.it/en/rare-botanical-species

Foto’s PW © 2019

Tekst: Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2021

Hotel Angst te Bordighera – Liguria, geschiedenis tussen verhalen en fictie

In Bordighera aan de Riviera di Ponente in Liguria is het hotel Angst aan de Via Romana 76 nog altijd een bezienswaardigheid. Veel toeristen die Bordighera bezoeken willen het monumentale gebouw, dat zich al jaren in een verwaarloosde staat achter een omheining bevindt, alsnog op de foto zetten. Het vroegere hotel trekt zelfs YouTubers aan die over de afzettingen heen klimmen en binnen de spannendste filmpjes voor op het internet maken, bijgaand filmpje geeft je een indruk: https://youtu.be/Bey5rBf68_s

Sinds 1985 valt hotel Angst officieel onder de soprintendenza ai beni culturali, de Italiaanse monumentenzorg en is het vervallen gebouw met het originele naambord nog slechts een stille getuige van wat het imposante hotel eens moet zijn geweest.

Al met al reden genoeg voor mij om meer te willen weten over dit bijzondere hotel en haar geschiedenis …

 

 

Terwijl ik begin te lezen over oprichter Adolf Angst en foto’s bekijk van het pand zoals het nu is, moet ik onwillekeurig denken aan een beeld uit de “The Shining”, een horrorfilm uit 1980 van Stanley Kubrick gebaseerd op het boek van Stephen King (1977).

Hierin gaat de hoofdpersoon Jack Torrence, vertolkt door Jack Nicholson, in een afgelegen gebied in de Colorado Rockies een hotel runnen en verliest in die totaal van de buitenwereld geïsoleerde omgeving meer en meer het contact met de werkelijkheid. Via zoontje Danny, die door zijn telepathische gaven het vermogen heeft om in het gruwelijke verleden van het hotel te kunnen kijken, zien wij er diverse geestverschijningen opdoemen.

Over hotel Angst doen onder de Bordigotti, de inwoners van Bordighera, ook diverse verhalen de ronde over gasten die in het hotel de geest van een jonge vrouw hebben waargenomen . . .

Hoe zijn die verhalen ontstaan? Daarvoor duiken we eerst eens in de geschiedenis van het opkomende toerisme in de negentiende eeuw in Bordighera:

 

De streek vanaf Menton aan de Franse Riviera en van Ventimiglia tot Genua aan de Italiaanse Riviera wordt in die tijd enorm populair. Vooral bij Engelse welgestelde toeristen naar aanleiding van de verschijning van de roman: Il dottor Antonio geschreven door Giovanni Ruffini (1807-1881), in het Engels uitgegeven in Edinburgh in 1855.

Ruffini, was een Italiaanse auteur en patriot die steun zocht voor de eenwording van Italië. Zijn verhaal speelt zich dan ook af in de context van het Risorgimento, de periode van de eenwording van Italië (1830-1870) en vertelt over de onmogelijke liefde tussen de Siciliaanse revolutionair dottor Antonio en Lucy, dochter van de Engelse aristocraat Sir John Davenne. Met beschrijvingen van de bijzondere schoonheid van het landschap in Liguria wekte Ruffini de sympathie en belangstelling op van de Engelsen voor deze regio en Bordighera. In 1937 is zijn roman verfilmd in de Cinecittà studio’s te Roma door de regisseur Enrico Guazzoni.

 

Naast Engelsen beginnen ook andere buitenlanders de Italiaanse Riviera te ontdekken, zo ook de welgestelde Oostenrijkse ondernemer Adolf Angst (1847-1924) die de ambitie heeft het meest prestigieuze zes sterren luxe hotel ooit neer te willen zetten. Enorm onder de indruk van de natuur, de azuurblauwe zee en de magische sfeer in het gebied rond Bordighera besluit hij die droom in deze plaats te verwezenlijken. Hij vindt al snel een mooi groot stuk land om de plannen te realiseren, maar er is een probleem: op de grond staat het huis van een zekere mevrouw Ghella en om de bouw te kunnen starten moet haar huis gesloopt worden maar deze signora wil het huis niet verkopen. . .Na een juridische strijd over het eigendom van de grond is haar huis uiteindelijk verwoest door een mysterieuze uitslaande brand waarbij zij is omgekomen. Haar lichaam is nooit gevonden. In het Italiaans kun je het verhaal volgen via dit filmpje: https://youtu.be/zq9rMEXAj9Y

Vanaf de opening in 1887 zijn er over het hotel in overlevering allerlei verhalen ontstaan, die, zoals dat gaat met dit soort verhalen, steeds spannender zijn geworden, zoals die over de nachtelijke bezoeken van  mevrouw Ghella wiens geest er ‘s nachts ronddoolt waarvan gasten zelfs het ruisen van haar rokken in de gangen hebben waargenomen. . .

 

Begin 19e eeuw straalt hotel Angst alle elegantie en grandeur uit die typisch is voor de Belle Epoque: een grote oprijlaan met een exotische palmentuin rondom leidt naar de trappen van een enorm bordes en de entree. Er zijn diverse prachtige salons, er is een dameslounge, een rookruimte voor de heren en een bibliotheek. De kamers met bad, hebben stromend water en elektriciteit, wat heel modern is voor die tijd. Men speelt bridge, schaak en tennis. Er worden diverse concerten, bals, thé dansants en culturele activiteiten georganiseerd en in het grote restaurant van het hotel staat een brigade klaar van de best opgeleide koks die culinaire specialiteiten creëren voor de gasten die er in avondjurk en jacquet verschijnen. Naast welgestelde Engelsen en Duitsers brengen ook Fransen, zoals de kunstenaar Claude Monet er hun vakanties door. Zelf royalty zoals koningin Victoria van Engeland bijvoorbeeld heeft plannen gehad om er te gaan logeren. Zij huurt voor zichzelf en haar staf, zelfs het hele hotel af maar moet uiteindelijk, helaas voor Bordighera, afzeggen wegens politieke verplichtingen thuis.

Adolf Angst is belangrijk geweest voor Bordighera. Naast werkgelegenheid voor de inwoners heeft de filantroop gedoneerd aan diverse instellingen waardoor Angst is uitgroepen tot ereburger van Bordighera en de koninklijke onderscheiding het Croce di Cavaliere della Corona d’Italia voor zijn inzet heeft mogen ontvangen.

 

Naast een glorietijd heeft het hotel ook slechte tijden gekend die zelfs direct in 1887 begonnen toen de eerste bouw van het hotel die gepland was op het Piazza della Stazione is verwoest door een aardbeving. Dat heeft Angst echter niet ontmoedigd want nog datzelfde jaar heropent hij zijn hotel aan de Via Romana. Gedurende de Eerste Wereldoorlog is het gebouw als militair hospitaal in gebruik genomen. Na de dood van Angst in 1924 heeft Max Naudenbousch, de man van zijn dochter Maria, de leiding van het hotel overgenomen, maar de oorlog heeft alles veranderd; de welgestelde en aristocratische buitenlandse toeristen komen niet meer en wie dat wel doet reserveert in minder gedateerde hotels. In de Tweede Wereldoorlog schijnt Mussolini er op aandrang van Hitler nog een diner te hebben georganiseerd voor generaal Franco maar daarna is hotel Angst snel in verval geraakt. Na de sluiting van het hotel in 1946 blijken deuren en raamsponningen als brandstof te zijn gebruikt, is er veel gestolen van marmer tot lampen en zijn decoraties vernield.

 

In 2018 heeft de gemeente van Bordighera een nieuw bestemmingsplan opgezet voor hotel Angst in samenwerking met projectontwikkelaar Bizzi & Partners Development S.p.A.

 

 

Door Susanna Scarabicchi, oprichtster van architectenbureau Tectoo en ingenieur Giuseppe Bessone is vervolgens een driejarige opzet uitgewerkt om hotel Angst te verbouwen tot een appartementencomplex waarbij de klassieke gevel en typische stijlelementen van het monumentale pand bewaard zullen blijven. Er zullen 80 zeer luxe appartementen worden gecreëerd, allemaal met privégarage, meerdere gemeenschappelijke ruimten en twee zwembaden. Daarnaast wordt het park rondom het hotel opnieuw aangelegd door tuinarchitecten die er net als in het originele ontwerp palm – en olijfbomen in verwerken die verwijzen naar de exotische sfeer van vroegere tijden.

 

Na de officiële presentatie van de bouwplannen is met het het leggen van de eerste steen door burgemeester Giacomo Pallanca van Bordighera in 2018 het project dan echt van start gegaan. Als je het leuk vindt is het verloop ervan te volgen op FaceBook via: https://www.facebook.com/tectooarchitects

 

Natuurlijk hoopt de gemeente Bordighera met deze verbouwing bij te dragen aan cultuurbehoud en daarnaast buitenlandse investeerders aan te trekken en werkgelegenheid te creëren. Wanneer de verbouwing van het complex eenmaal klaar is kun je je echter afvragen of deze ook werkelijk zal bijdragen aan het welzijn van de Bordigotti, immers bij een appartementengebouw voorzien van de aller modernste snufjes heb je niet zoveel personeel meer nodig en daarnaast is een dergelijke woonstijl slechts weggelegd voor de Pochi eletti, de Happy few…

 

Illustrazioni:

Foto film Il dott. Antonio: https://en.wikipedia.org/wiki/Doctor_Antonio_(1937_film)

Foto Antonio Ruffini:     https://www.bordighera.it/storia/personaggi/giovanni_ruffini

Foto 1 hotel Angst: von Salinger – CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Hotel_Angst.001_412.JPG

Foto 2 hotel Angst: von Salinger, CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Hotel_Angst.001_219.JPG

Foto 3 hotel Angst, von Salinger, CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Hotel_Angst.001_190.JPG

Articoli:

Lucia Baudo, Il ritorno del Dottor Antonio, articolo pubblicato su “Provincia di Imperia” numero 83/84 anno 2000

https://www.bordighera.it/storia/luoghi_ed_edifici/hotel_angst

https://www.riviera24.it/2018/02/giornata-storica-per-bordighera-posata-la-prima-pietra-della-nuova-era-per-lhotel-angst-278893/

Tekst: Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2020

Il sentiero dei castagni van Stresa naar Belgirate!

De CAI – Club Alpino Italiano onderhoudt in Italië zo’n 60 duizend wandelpaden, van makkelijk te belopen tot het echte zware alpine klimwerk. Zo blijft in samenwerking met de UNESCO het patrimonium van Italië bewaard. Deze wandelroutes zijn herkenbaar aan de rood-wit gestreepte bordjes, zo ook deze route door de kastanje bossen rond het Lago maggiore:

il sentiero dei castagni !

 

Deze bijzondere route voert je vanaf Stresa omhoog langs panoramische vergezichten over het meer naar Belgirate. Solo andata, alleen heen, is deze wandeltocht een parcours van ongeveer 8 km in falsopiano, vals plat, dat geasfalteerde paden afwisselt met bospaden. Afhankelijk van de weersomstandigheden kom je hierop soms wel omgewaaide bomen tegen die nog niet zijn opgeruimd waar je overheen moet klauteren, dus trek goede wandelschoenen aan wanneer je dit pad wilt lopen. Voldoende water meenemen en ook een lunchpakketje voor onderweg is lekker want langs deze route is op dat gebied niet echt iets te vinden!

Wanneer je vanaf Belgirate niet meer terug naar Stresa wilt lopen is het leuk om vanaf daar de battello, de boot terug te nemen naar Stresa. Check wel van tevoren even de vertrektijden van de boten voor je na deze wandeling op een van de terrasjes aan het meer neerploft. Als alternatief kun je natuurlijk een taxi nemen maar de lokale bus rijdt je ook prima terug langs de oever van het meer.

 

Wat ga ik zien?

 

De wandeltocht omhoog richting Binda start in Stresa in de Via Manzoni, genoemd naar Alessandro Manzoni (1785-1873) schrijver en dichter, die hier aan het Lago maggiore vakanties doorbracht in zijn residentie het Palazzo Stampa te Lesa.

Manzoni is vooral bekend om zijn meesterwerk I promessi sposi. Halverwege herinnert een monument met reliëf in brons ons aan de vriendschap die de schrijver had met de priester en filosoof Antonio Rosmini (1797-1855).

              

We vervolgen de weg tot een splitsing met een klein kapelletje waarin een fresco van de Madonna te zien is. Vanaf dit punt links begint de tocht over een antiek Romeins pad met keistenen naar het kastanje bos. Onderweg in het bos zien we nog andere boskappeletjes en komen bij antieke kerken en boerenhoeves, waardoor je ook een indruk krijgt van la vita contadina, het boerenleven zoals het in dit gebied is geweest; religieus en arm, waar hard moest worden gewerkt. Diverse borden langs de route geven je extra informatie over de geschiedenis van de landbouwers die hier van dit land en deze bossen hebben geleefd. Ze verwerkten kastanjes in recepten, op de terrassen die zij hebben aangelegd stonden diverse soorten fruitbomen, appels, vijgen, kersen en in hun moestuinen verbouwden zij bonen, gerst en mais.

 

We komen via een schitterend uitzicht op het meer aan in het dorpje Passerà, bij het Oratorio di Passerà. Deze kerk die stamt uit c.a. 1657 is volgens de overlevering door een rijke wijnhandelaar aan de Madonna geschonken uit dankbaarheid nadat deze een schipbreuk had overleefd.

Wanneer je verder deze weg afloopt leidt deze naar de ruïnes van een oude molen, de mulin da la stria de Passerà. Over deze molen bestaat een griezelige oude legende: de mysterieuze legende van Togn. Het mooie van volksverhalen is dat deze overgeleverd worden aan nieuwe generaties. Zo heb ik ook dit verhaal gehoord van een Italiaanse lerares van een lokale school die ik er tegenkwam. Zij nam haar klas mee op deze excursie om hen in die eigen omgeving te vertellen over hun retroterra culturale, hun culturele achtergrond.

De legende vertelt over de molenaar Togn die hier in zijn molen woonde met zijn vrouw. Toen hun enige zoontje op jonge leeftijd overleed, vermoordde hij haar uit verwijt waardoor er een vloek werd uitgesproken over de molen. Iedereen die er daarna naar binnenging stierf. De molenaar vluchtte. Na jaren hoorde hij dat zijn vrouw er nog steeds ronddoolde als het fantasma van de molen daarom keerde hij verkleed als zwerver terug om dit te onderzoeken. Toen hij de molen inliep was ook hij op slag dood. Toen de molenaar en zijn vrouw in de dood weer werden verenigd met hun zoontje kon de vloek worden opgeheven…

Door de manier waarop de lerares in deze omgeving ons over de legende van Togn vertelde, werd deze hier bijna voelbaar…!

   

 

 

Verder wandelend kom je langs het dorpje Piane di Pramezzano richting Brisino aan in Magognino. Hier ligt rond de Chiesa di S. Albino het Cimitero di Sant’Albino, de begraafplaats van Sant’Albino. De serene sfeer van deze plek midden in de heuvels is indrukwekkend te noemen. In het kerkje dat stamt uit 1151 is een fresco te zien van de Madonna in trono, de Madonna op de troon, uit de vijftiende eeuw.

Vervolg nu de route richting Calogna en kom aan bij de Capalla di Santa Maria Mater Gratiae waarin een fresco van San Grato, de beschermheilige van het noodweer en de overstromingen te zien is. Verderlopend richting Belgirate vind je op een open plek nog de Chiesetta di San Paolo. Vanaf dit antieke romeinse kerkje kom je via Pianezza en Farinelli aan bij de Chiesa vecchia van Belgirate. Hier vallen de Romeinse klokkentoren en de arcade uit de zeventiende eeuw op en zijn daarnaast fresco’s te zien uit de vijftiende eeuw. Daarna leidt de weg je heuvelafwaarts naar het centrum van Belgirate en is het tijd voor een koel drankje aan het meer!

   

 

Hierbij nog een leuk filmpje om nog meer in de stemming te komen om deze mooie tocht te gaan lopen!

Alla prossima! Tot de volgende keer!

 

foto’s bronzen reliëf Manzoni: http://appuntiretrodatati.blogspot.com/2016/12/ringraziamenti-ed-aggiornamenti-bolg.html

foto’s: PW © 2020

Tekst: Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2020

La ricetta di Anna Maria: cotechino e lenticchie

Recept voor cotechino e lenticchie van Anna Maria

Ingrediënten:

  • 300 gram linzen
  • 100 gram blokjes pancetta of ontbijtspek
  • 3 stengels bleekselderij
  • 3 wortels
  • 2 laurierblaadjes
  • 1 ui
  • olijfolie extra vergine
  • peper en zout
  • 1 liter runderbouillon
  • tomatensaus, zelf maken met een uitje, knoflook, tomaten, tomatenpuree, beetje bouillon, oregano en basilicum of kant en klaar kopen, zoals de salsa pomodori van Burgio
  • 1 cotechino van 500 gram, bestellen via internet of bij de Italiaanse speciaalzaak. Kun je deze niet krijgen dan kun je ook saucijzen gebruiken van goede kwaliteit en lekker gekruid. Vers duurt de bereiding van de cotechino enige uren, voorgekookt is het product sneller klaar.

 

Zo maak je het:

Voor je begint:

Linzen moet je minsten 12 uur laten weken en daarna goed afspoelen met lauw warm water voor gebruik. Je kunt het jezelf natuurlijk ook makkelijker maken en kiezen voor een pakje Italiaanse linzen zoals de lenticchie di Castelluccio di Norcia bijvoorbeeld die ook van goede kwaliteit zijn en die je niet hoeft te weken

De ui, wortel en bleekselderij zo klein mogelijk snijden. In een grote koekenpan twee eetlepels olijfolie verhitten en hierin de pancettablokjes aanbraden, vervolgens het ui-wortel-bleekselderijmengsel toevoegen en samen zachtjes laten smoren. De linzen toevoegen, omroeren wat peper toevoegen.

Pas op met zout dat kun je later naar smaak toevoegen. Zoveel tomatensaus erbij gieten als nodig en langzaam aan ook de bouillon, zachtjes omroeren tot een smeuïge massa. De linzen circa een half uur laten sudderen op zacht vuur, of net zolang tot de linzen gaar zijn. Regelmatig onder kooktijd controleren zodat de linzen niet uitdrogen, desnoods wat bouillon bijvoegen.

De voorgekookte cotechino volgens aanwijzing op de verpakking zachtjes opwarmen, meestal zo’n minuut of 30-40. Verpakking open knippen en het vet eruit laten lopen. Wanneer de linzen klaar zijn, de cotechino in plakken snijden en op een bedje van de linzen serveren.

 

foto lenticchie: https://www.cortilia.it/prodotti/lenticchie-di-castelluccio-di-norcia-igp_286PROD1018

foto cotechino: https://salumipasini.com/

Ricetta: AM.

Vertaling: Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2020