ARTIKELEN
1815
paged,page-template,page-template-blog-large-image,page-template-blog-large-image-php,page,page-id-1815,page-parent,paged-2,page-paged-2,stockholm-core-2.4,select-theme-ver-9.8,ajax_fade,page_not_loaded,,qode_menu_,wpb-js-composer js-comp-ver-7.6,vc_responsive

 

 

Welkom op mijn  Blogpagina! 

 

Hier kun je mijn artikelen lezen over Italiaanse taal en cultuur, literatuur, kunst, gastronomie, wandelen of hiken en tuinen.

Ze staan overzichtelijk ingedeeld naar onderwerp in het navigatiemenu, zo kun je makkelijk vinden wat je zoekt.

Inspiratie voor een volgende Italia bestemming, om lekker thuis van tevoren van te genieten.

 

Buon divertimento!

Louise’s Liguria: Il mistero di Altare.

Davide Papalini, CC BY-SA 3.0.

Altare is een van oorsprong middeleeuws bergdorpje in de Ligurische Apennijnen, zo’n 11 km. ten Noordwesten van de stad Savona. Het heeft zo’n 2000 inwoners, en het leven van alle dag kent hier een rustige pas. Toeristen komen er voornamelijk om te wandelen, of om op de mountainbike de heuvelachtige groene omgeving te verkennen.

 

Monte Burot, Pampuco, CC BY-SA 4.0.

 

Naast natuur om van te genieten, heeft Altare ook een bijzondere geschiedenis, het is bekend om het bewerken van glas, een mestiere artigianale, een ambachtelijk beroep, dat hier al sinds de elfde eeuw wordt uitgeoefend. Deze maestri vetrai, meester glasblazers, zouden het vak hebben geleerd van Franse meesters uit Orléans en Nevers. Anderen denken dat Benedictijner monniken de leermeesters waren. Tot 1823 heeft de Università vetraria bestaan, een gilde van glasblazers, vanaf 1864 verenigden zij zich in de Società Artistica Vetraria.

Bijzonder, want wanneer we het over Italiaanse glaskunst hebben, wordt meestal aan het Venetiaanse Murano glaswerk gedacht.

 

Villa Rosa, David Papalini, CC BY-SA 3.0.

Een mooie collectie glaskunst objecten gemaakt tussen 1750 en 1950, is te zien in het Museo dell’Arte vetraria Altarese, het museum voor glaskunst uit Altare. Ook kun je er de kunst van het glasblazen meemaken in de workshops die het museum organiseert. In het centrum vind je diverse cristallerie, winkeltjes waar je kirstalwerk kunt kopen.

 

Eind achttiende, begin negentiende eeuw, wanneer de Art Nouveau, die in Italia Stile Liberty, of Stile floreale wordt genoemd, zich in de kunst en de architectuur in Europa ontwikkelt, worden er in Altare twee villa’s in deze decoratieve stijl gebouwd;

 

Villa Agar, tegenwoordig een rusthuis voor gli anziani, voor senioren, en Villa Rosa, waarin het Museo dell’Arte vetraria Altarese, te vinden is. Op zich ook best opmerkelijk om in dit slaperige bergdorpje twee van die elegante villa’s aan te treffen, waardoor Altare in deze periode zelfs bekend heeft gestaan als la piccola Parigi, het kleine Parijs.

 

 

Twee auteurs uit Liguria die veel onderzoek hebben gedaan naar de geschiedenis van Altare zijn Giorgio Baietti en Luca Valentini.

In Liguria, zo vertelt Valentini, c’è molto di misterioso, is veel mysterie. Er zijn gebeurtenissen voorgekomen waarvan we weten dat ze daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, doordat ze in antieke documenten zijn vastgelegd, zoals bijvoorbeeld de heksenprocessen in Triora, maar daarnaast onverklaarbare waarnemingen, sagen en legenden, die vallen onder de tradizione orale, en door mondelinge overlevering, worden doorgegeven, zoals bijvoorbeeld het mysterie van Altare over la ricchezza di Don Bertolotti, de plotselinge rijkdom van Monseigneur Bertolotti:

 

Giuseppe Bertolotti Remocorbaso, CC BY-SA 4.0.

Giuseppe Giovanni Bertolotti is in 1842 geboren in Cairo Montenotte, ca. elf kilometer noordelijk van Altare. Zijn vader is paardensmid, het gezin is arm. Na zijn opleiding aan het seminarie van Aqui Terme, gaat Giuseppe in 1865 aan het werk als dorpspastoor in Altare. Hij begint met het restaureren en verfraaien van de Chiesa di Sant Eugenio, die we vinden op het naar hem vernoemde piazza Monsignore Bertolotti.

Tijdens de werkzaamheden, die nog tot 1927 zullen doorgaan, vinden werklieden achter het grote glas- en loodraam een skelet, zittend op een stoel, de hielen tegen elkaar, en gedraaid naar het Oosten. Is dit een verwijzing naar een andere geestelijke, de Franse Bérenger Saunière uit Rennes Le Chateau, die na zijn dood, niet op een bed zou zijn opgebaard, maar in een gelijke houding, gedraaid naar het Oosten is gezet?

Anderen zien een verband met de Massoneria, de Vrij Metselaars, welke staand voor het altaar, met de hielen tegen elkaar, en gezicht richting Oosten, hun geloften zouden afleggen.

In het interieur van de kerk zijn de kruiswegstaties van de Via Crucis, antiorario, tegen de klok in, geplaatst. Een beeld van San Rocco, de patroonheilige van de glasblazers, blijkt een wond te hebben in het rechterbeen, terwijl dit volgens de traditie het linker moet zijn.

Allemaal vreemde vondsten. . .

Nog gekker wordt het wanneer niet veel later Bertolotti voor zijn zus Enrichetta de Villa Ager laat bouwen, voor Rosalia, zijn tweede zus, vervolgens Villa Rosa, en voor Cesarina, de derde zus, een palazzo op het kerkplein. Naast deze projecten voor zijn familie, financiert hij nog andere, zoals een kinderopvang en een meteorologisch waarnemingsstation.

Waar haalt een arme pastoor plotseling zoveel geld vandaan om dit allemaal te realiseren?

 

Chiesa di San Eugenio, Davide Papalini CC BY-SA 3.0.

Auteur Giorgio Baietti die, gefascineerd door dit verhaal, op zoek naar antwoorden, naar Altare is gereisd, ziet overeenkomsten met het mysterie van het Franse:

Rennes Le Chateau, waar in 1885 Bérenger Saunière aankomt om er te gaan werken als dorpspastoor. Net als zijn Italiaanse collega Bertolotti, vangt ook Saunière aan met de de restauratie van de kerk, de Sainte Marie Madaleine in zijn geval.

Onder het altaar zou hij hier mysterieuze perkament rollen met vreemde tekens hebben gevonden. De bisschop sommeert Saunière naar Parijs te komen om de tekens te laten ontcijferen, wat niet is gelukt.

Na terugkeer in zijn parochie, beschikt ook Saunière net als Bertolotti opeens over een enorme onverklaarde som geld. In het Sainte Marie Madaleine kerkje draait hij vervolgens de Via Crucis om en laat het wijwatervat vasthouden door een nare duivelse figuur. Boven de ingang, laat hij daarnaast de zin Terribilis este locus iste, deze plek is vreselijk, graveren, hier bedoeld in de zin van machtig, groots, sterk.

 

Over die plotselinge rijkdom en de gebeurtenissen die daarop volgden doen veel verhalen de ronde die bijdragen aan wat bekend staat als het mysterie van Rennes Le Chateau. Iemand die dit ook wilde onderzoeken is de Britste journalist Henry Lincoln, die vervolgens over zjjn bevindingen aldaar samen met thrillerauteurs Michael Baigent en Richard Leigh, een controversieel boek heeft geschreven: Holy Blood, Holy Grail (1982). Het verhaal suggereert, ondersteund door fantasierijke aannames, dat Jezus getrouwd is geweest met Maria Magdalena, en zelfs met haar kinderen heeft gekregen. Koninklijke afstammelingen daarvan zouden via een Franse lijn nog onder ons zijn en worden beschermd door een geheim genootschap; de Priorij van Sion. Het begrip de Heilige Graal, zou, volgens de auteurs, niet geïnterpreteerd moet worden als de beker met het bloed van Christus na zijn kruisiging, of als gebruikt bij het Laatste Avondmaal, maar als het Oud Franse woord sangreal sangbloed, real koninklijk, het koninklijke bloed van de afstammelingen van Jezus.

 

Reproductie van foto in Bibliothèque nationale de France (BnF), fotograaf onbekend.

Dan Brown heeft vervolgens ditzelfde thema verwerkt in zijn boek De Da Vinci Code (2003), In zijn roman noemt hij het plaatsje niet, maar er zijn wel verwijzingen naar Rennes Le Chateau. Een voorbeeld is de “conservator van het Louvre”, een van zijn romanpersonages, die hij de naam Jacques Saunière heeft gegeven. Wie hier meer over wil lezen, zie link onderaan dit artikel.

 

De documenten die Bérenger Saunière heeft gevonden, zouden deze theorieën, die de wereld op zijn kop zouden hebben gezet, hebben onthuld. . .

 

Heeft Bérenger Saunière, naar rondgaande verhalen fluisteren, daadwerkelijk dit enorme geheim ontdekt?

Is er een verband met zijn Italiaanse collega Giuseppe Bertolotti?

De twee pastoors hebben nooit een uitleg gegeven over hun rijkdom.

Zowel Bertolotti, als Saunière, blijven tot hun dood, in respectievelijk 1931 en 1917, werken in de eigen kleine dorpsgemeenschap, ondanks aanbiedingen voor hoge posities binnen de kerk.

Heeft de Rooms-Katholieke kerk hen beide met aanzien en geld de mond willen snoeren?

 

Noch het bisdom, nog historici of andere wetenschappers hebben deze overleveringen of het bestaan van de in Rennes Le Chateau gevonden documentende ooit bevestigd.

Inspirerende verhalen, waarheid, of mistero, mysterie? Dat mag jezelf beoordelen.

 

Illustratie-website Rennes Le Chateau, zie link onderaan artikel.

 

Artikelen:

Maria Vittoria Cascino, Misteri nella chiesa di Altare sulle tracce del Sacro Graal per Il Giornale.it, 14 Dicembre 2007.

https://www.ilgiornale.it/news/genova/misteri-nella-chiesa-altare-sulle-tracce-sacro-graal-179605.html

Valentina Fiore, Le vetrate di Villa Rosa: uno straordinario esempio di Liberty ad Altare in Alte Vitrie, brochure dell’Istituto per lo studio del vetro e dell’Arte vetraria, Altare, 2022.

http://www.museodelvetro.org/wp-content/uploads/2023/02/ALTE-VITRIE-brochure-2-2022-V1R2-HR.pdf

Voor wie Italiaans kent en verder wil lezen:

Giorgio Baietti, Lo specchio inverso, Edizioni Lindau, Torino, 2007.

Luca Valentini, I misteri della Liguria, Atene Edizioni, Arma di Taggia, 2017.

Foto’s glaskunst en interieur: Museo dell”Arte vetraria Altarese.

Overige websites:

http://www.comune.altare.sv.it/

http://www.museodelvetro.org/

https://www.rennes-le-chateau.fr/domaine-de-labbe-sauniere/

https://www.kuleuven.be/thomas/page/de-da-vinci-code/

Tekst Louise Helsloot MA © De Italiaanse Culturele Salon 2023.

Louise’s Liguria: Bordighera, la città delle palme

Voordat we bellissima Bordighera bezoeken. . ., in welk deel van Liguria ligt dit plaatsje eigenlijk?  Kijk maar even mee op de kaart:

 

De regio Liguria grenst in het westen aan de Franse Côte d’Azur, in het noordwesten aan Piemonte, in het noordoosten aan Emilia-Romagna en in het oosten aan Toscane. Haar hoofdstad is Genua en er zijn vier provincies: Genua, Imperia, La Spezia e Savona.

De Italiaanse Riviera is verdeeld in twee stukken: de eerste loopt van Menton via Ventimiglia naar Genova, de tweede van Genova naar de Golfo della Spezia. Het oostelijke deel wordt de Riviera di Levante genoemd; levante betekent het Oosten, en ook: stijgend, verwijzend naar de hoge en bergachtige kustlijn die je daar vindt. Het westelijke deel heet Riviera di Ponente, ponente betekent het Westen, en is bekend als de Riviera dei Fiori, de Bloemenrivièra, vanwege haar verbazingwekkende en kleurrijke flora. Niet ver van de Franse grens, zo’n kleine 7 km van Ventimiglia, vind je Bordighera.

 

Bordighera is echt zo’n stadje waar je terug in de geschiedenis lijkt te stappen. In Bordighera Alta kunnen cultuurliefhebbers hun hart ophalen aan kerken, klassieke villa’s en oude stadspoorten met de mooiste doorkijkjes. Het Italiaanse alto betekent hoog, en verwijst naar de locatie op hogere grond van dit gedeelte van la città vecchia di Bordighera, het oude, middeleeuwse deel van de stad. Je vindt er ook diverse restaurantjes.

 

In het achterland en langs de kust, kom je een vegetatie tegen die bestaat uit diverse  soorten palmbomen, daarom staat Bordighera bekend als la città delle Palme. Naast deze bijzondere palmbomenvegetatie, geven mooie, kleurrijke bloemen en cactussen de omgeving een exotische uitstraling. Aan de ruime boulevard, vind je hotels in de stijl en met de uitstraling van de negentiende eeuw. Voor zonaanbidders op weg naar een ontspannen dag aan zee, zijn er leuke strandbars die ligbedden en parasols aanbieden, waar je ook terecht kunt voor een lunch of een glas wijn.

 

Bezoek je de città vecchia, neem dan, op het schilderachtige Piazza del Popolo, echt even een moment om de unieke sfeer van dit stadje, waar het leven soms even stil lijkt te staan, in je op te nemen…

 

Davide Papalini, CC BY-SA 3.0., Wikimedia Commons

Op dit pleintje in het oude centrum, geniet je van jouw cappuccino of smakelijke Italiaanse pranzo all’aria aperta, jouw lunch in de open lucht, op een terras met uitzicht op de Chiesa di Santa Maria Maddalena, de kerk van Maria Magdalena, die dateert uit de zeventiende eeuw. De kerk is in ca. 1617 ingewijd, en  vervolgens in 1866 gerestaureerd. Volgens overgeleverde verhalen hebben de inwoners van Bordighera daarvoor het geld bij elkaar gebracht door hun kostbaarheden en juwelen te verkopen. Rond 1883 volgde weer een opknapbeurt, waarvoor zelfs de Franse architekt Charles Garnier (1825-1898), zijn ontwerpen heeft  aangeboden. De façade, in de stijl van de Rococo, is van 1906. Het fresco met een voorstelling van Maria Maddalena is uit 1742. Onduidelijk is van welke kunstenaar het oorspronkelijk is, maar wel weten we dat dit kunstwerk door Luigi Morgari (1857-1935), een kunstschilder van religieuze onderwerpen en vooral fresco’s uit Turijn, in 1922 is bijgewerkt. Let ook op het stucco ( het decoratief stucwerk), gemaakt door de architect Francesco Marvaldi (1647-1706).

 

Andere kunstwerken in het interieur zijn een marmeren Mariabeeld, la Maddalena in Gloria, een beeldhouwwerk van Domenico Parodi (1672-1742), een leerling van Bernini. Het drukt de opname in het hemelse rijk van Maria Maddalena uit. Zij heeft open armen, is in vervoering en door engeltjes omringd.

Daarnaast worden er relikwieën van Sant’Ampelio, de patroonheilige van Bordighera, bewaard.

Deze Heilige is niet alleen in deze rol bekend in Bordighera, maar ook omdat hij, volgens de legende, de eerste uit Egypte meegenomen zaden van de Phoenix dactylifera, de dadelpalm in deze regio heeft geplant.

De kerktoren is vroeger gebruikt als wachttoren om piratenboten uit zee te kunnen zien aankomen en kreeg het uiterlijk zoals wij dat nu zien in de achttiende eeuw.

 

En er valt in Bordighera nog veel meer te ontdekken!

In deze blog nemen we je ook mee naar:

de Villa Pompeo Mariani. . . 

 

Caruggi, die kleine smalle steegjes typisch voor historische borghi, leiden je vanaf het Piazza del Popolo naar de bijzondere Villa Pompeo Mariani, een indrukwekkende villa met tuinen waarin ook Claude Monet (1840-1926), enkele van zijn beroemde kunstwerken heeft gecreëerd, toen hij aan de Italiaanse Riviera verbleef bij zijn vriend, en eigenaar van dit huis, de kunstenaar Pompeo Mariani (1857-1925).

 

Ik voelde mij net  Alice in Wonderland toen ik voor het eerst de serene ommuurde tuin binnenstapte die deze villa omringt met haar honderden jaren oude waterput, olijf- en palmbomen, sinaasappels, citroenen en cactussen. Twee eeuwenoude olijfbomen staan hier na meer dan honderd jaar nog. Ze hebben model gestaan voor Studie van olijven (1884), een werk van Claude Monet, waarop deze bomen in elkaar verstrengeld als geliefden zijn te zien.

 

De Fondazione Pompeo Mariani, is de Stichting die zich inzet voor het behoud van de villa, de tuin en een werkplaats die door de kunstenaars is gebruikt. Dankzij hun inspanningen is de locatie grotendeels bewaard gebleven zoals deze was toen Mariani er woonde. Er wordt gewerkt om Villa Mariani op de Werelderfgoedlijst van UNESCO te krijgen.

 

Op initiatief van deze Stichting, zijn er replica’s van kunstwerken van Monet en Mariani op die plekken in de tuin gezet waar de kunstenaars hebben gewerkt; bij de olijfbomen en op het terras met een spectaculair uitzicht op de Middellandse Zee, de heuvels en de kust van Frankrijk. Monet en Mariani schilderden zoals zij toen deze omgeving zagen, en nu zoveel jaar later ervaar jij op deze magische plek dezelfde sensatie door hun ogen. . .

 

 

In de naast de villa gelegen studio, is het atelier, dankzij de grote inzet van Carlo Bagnasco, voorzitter van de Fondazione Pompeo Mariani, nog te zien zoals het er begin twintigste eeuw waarschijnlijk heeft uitgezien, compleet met originele schildersezels, paletten, kwasten, verftubes, en voorwerpen als poppen op standaard, boeken en hoeden.

 

 

Een absoluut unieke excursie die je niet wilt missen als je in Bordighera bent!

Bezoeken aan dit privéhuis zijn alleen op reservering. Zodra je een afspraak hebt gemaakt, kun je de koperen bel naast de ijzeren toegangspoort laten klingelen om vervolgens binnen te stappen in de geschiedenis van dit bijzondere huis…

Villa Mariani, Via Fontana vecchia 5, Bordighera, Italia. Phone: +39 347 236 4922

 

Meer Bordighera in mijn komende blogs!

 

Grazie a Carlo Bagnasco, Presidente della Fondazione Pompeo Mariani

Bron:

Marco Cassini en Giorgio Caudano, Bordighera al tempo di Bicknell e Monet, Fondi Storici dell’Archivio Fotografico dell’Istituto Internazionale di Studi Liguri, Bordighera, 2021.

Photos PW © 2023

Tekst Louise Helsloot MA © De Italiaanse Culturele Salon 2023

Louise’s Liguria: CERVO

De Golfo Dianese is het natuurlijke bekken van de Ligurische Zee, tussen de Capo Mele in het Oosten en de Capo Berta in het Westen. Samen met de Capo Cervo vormen deze drie

I Tre Capi, die moeten worden overwonen tijdens de beroemde wielerwedstrijd Milano – San Remo. Hier vind je, omringd door olijfgaarden, wijngaarden en terrassen waar de geuren van basilicum, rozemarijn en salvia samenkomen met een adembenemend uitzicht op deze baai, het prachtige middeleeuwse Cervo.

 

Vanwege die bijzondere ligging op het voorgebergte is deze borgo cirkelvormig naar boven gebouwd.

Cervo is met met haar pastelkleurige huizen, ommuurd door wallen en torens, een overblijfsel uit de middeleeuwen, toen het zich moest verdedigen tegen Saraceense piraten en plunderaars.

Vier rondboogvormige toegangspoorten zijn nog steeds aanwezig;

Porta Santa Caterina, Canarda, Marina en Bondai.

 

Wanneer wij het dorp binnengaan via de Bondai-poort, worden wij direct verrast door een  muurschildering, links van Sint Joris en de draak, San Giorgio e il drago, in het Italiaans.

Wat we hier zien is geen fresco, maar een werk van Alberto Campagnoli.

 

Deze kunstschilder uit Torino, leefde in de twintigste eeuw, en heeft in Cervo gewoond en gewerkt met andere kunstenaars, waaronder Henry Matisse. Campagnoli maakte zijn versie van de legendarische figuur van San Giorgo om zijn dankbaarheid uit te drukken aan Cervo, waar hij graag verbleef.

 

Wij lopen verder en staan vervolgens op het schilderachtige piazzetta Santa Caterina.

Aan onze linkerhand zien we het Castello di Clavesana, gebouwd rond de dertiende eeuw en genoemd naar de markiezen van Clavesana, toenmalige heersers over dit gebied. Het gebouw is versterkt met vier torens en heeft gediend om de bevolking van Cervo te verdedigen tegen invasies. Later fungeerde het als oratorium gewijd aan Santa Catharina en ziekenhuis. Tegenwoordig vind je er het VVV – kantoor en het Museo etnografico, het Etnografisch Museum van West-Liguria.

 

Op de tweede verdieping is de expositie Donne di Liguria – un secolo di Storia 1850-1950 te zien, over honderd jaar vrouwelijk leven in Ligurië. Deze een permanente tentoonstelling is georganiseerd door Nanda De Marchi, vice-voorzitter van ARCADIA, een vereniging gewijd aan sociaal-culturele ontwikkeling in de Golfo Danese, en professor Giuseppina Cotta Mandara.

Je krijgt er een indruk van de tradities, gebruiken en gewoonten, kunst en ambachten van deze regio, en specifiek de rollen van vrouwen en hun bijdrage aan de maatschappij. Het toont je ook de kostuumgeschiedenis van Liguria; diverse poppen gaan gekleed volgens hun rol en status, adellijke dame, boerin, of vissersvrouw, waarbij zoveel mogelijk is geprobeerd om originele stoffen te gebruiken en traditionele borduurkunst naar historische patronen.

 

Wandelend  door de smalle viuzze, de steegjes, valt de serene sfeer op en de adembenemende vedute, de fantastische vergezichten over de Ligurische Zee. De steegjes leiden allemaal naar het centrale plein met de Chiesa di San Giovanni Battista, een monumentale kerk gewijd aan Johannes de Doper, lokaal bekend als de Chiesa dei Corallini.

Het woord corallino betekent gemaakt van koraal, maar ook de koraalvissers zelf werden Corallini genoemd, en hun snelle boten Coralline.

De bijnaam van de kerk verwijst naar de vissers, die met de opbrengst van het koraal dat voornamelijk uit Sardinië en Corsica werd gehaald veel geld maakten en besloten als dank aan God, de bouw van de kerk te financieren. Volgens overlevering hebben de Corallini het materiaal voor de constructie met hun boten naar het strand gebracht en het vervolgens op hun schouders naar boven gedragen.

Na de tweede helft van de achttiende eeuw stopte de koraalvangst, maar legenden daarover werden nog wel verteld, zoals deze bijvoorbeeld, waardoor Cervo ook wel il paese delle cento vedove, het dorp van de honderd weduwen, wordt genoemd:

 

Op een dag voer de vloot van honderd koraalvissers opnieuw uit. Op de terugweg kwamen zij met hun schat aan koraal in een enorme storm terecht. De boot verging, iedereen verdronk en de vissersvrouwen zagen hun mannen niet meer terug…

 

In 1686 werd door architect Gio Bata Marvaldi begonnen met de bouw van de Chiesa di San Giovanni Battista, in de stijl van de Barok. Na zijn dood werd het project in 1722 voltooid door zijn zoon Giacomo Filippo Marvaldi.

Een grote brede trap geeft toegang vanaf het kerkplein. Het interieur is overweldigend en bestaat uit een hoofdaltaar, zijaltaren en kapellen.

 

Er zijn diverse kunstwerken te zien, zoals een kruisbeeld van de vooral om zijn houten beelden bekend geworden beeldhouwer Anton Maria Maragliano, en een indrukwekkende in marmer uitgevoerde preekstoel uit 1500.

 

Wil je even stoppen voor een lekkere cappuccino?

 

In het café naast de kerk is een spectaculair panorama op de Mediterraneo inbegrepen.

 

 

 

 

 

We lopen verder en bezoeken het Oratorio di Santa Caterina.

Het van oorsprong Romaanse gebouw uit de dertiende eeuw, is in de eeuwen daarna eigendom  geweest van de Ridders van de Maltezer Orde en van de Republiek Genua, vervolgens is het gebruikt als stadsparlement en eerste parochie van Cervo.

 

In 1762 werd het ter ere van de heilige Catharina van Alexandrië, het gelijknamige oratorium Er zijn hier prachtige anonieme fresco’s en een in pastel beschilderde preekstoel te zien die dateren uit de zestiende eeuw.

Boven de hoofdingang, zien we een fresco die San Giorgio che uccide il drago, Sint Joris die de draak doodt, voorstelt.

Tegenwoordig organiseert men hier tentoonstellingen en concerten.

 

   

 

Ik zag deze quote “Waar woorden tekortschieten spreekt de muziek”, op de muur van een huis in Cervo. Deze wordt toegeschreven aan Hans Christian Andersen, waarmee hij de internationale taal van muziek, die wij allemaal begrijpen en die ons verbindt uitdrukt. Net als de muziek van Beethoven dat kan doen.

Op cultureel gebied gebeurt in onze tijd ook veel in Cervo: muziek, literatuur en schilderkunst vindt men belangrijk:

Toen de Hongaarse violist Sandor Vegh in 1950 naar Cervo kwam, was dit de start van een traditie, het:

Festival Internazionale di Musica da Camera, een jaarlijks terugkerend internationaal festival voor kamermuziek. Sindsdien hebben veel beroemde musici deelgenomen, zowel voor wat betreft jazz als klassieke muziek.

 

Voor literatuurliefhebbers zijn er Cervo in blu d’inchiostro, Cervo in inktblauw, en Cervo ti Strega, Cervo betovert je, evenementen waarin deelnemers aan de Premio Strega, een prestigieuze literatuurprijs die jaarlijks wordt uitgereikt voor het beste fictieboek geschreven door een Italiaanse auteur, lezen uit eigen werk en worden  gepresenteerd.

 

Ten slotte wordt Il Pennello d’Oro, De Gouden Penseel, georganiseerd, hier wordt het werk van vooral lokale kunstenaars gepromoot.

 

Om je bezoek af te sluiten zijn er, naast al het bovenstaande, in Cervo genoeg leuke restaurantjes en terrassen met magische vergezichten per prendere l’aperitivo, om een lekker aperitiefje te gebruiken, of una cena all’aperto, een maaltijd in de open lucht.

 

 

Alla prossima!

Grazie al Comune di Cervo per le informazioni storiche, culturali e artistiche.

Bron:

https://comune.cervo.im.it/cervo-turismo/

Youtube filmpje © Locanda Bellavista Cervo.

Foto’s PW © 2020-2023.

Tekst Louise Helsloot MA  © 2020-2023 – De Italiaanse Culturele Salon

Ellen Ann Willmott, geniale tuinvrouw verliefd op Liguria

Vrouwen die tegen conventies en de tijdgeest waarin zij leven ingaan en hun eigen pad volgen schrijven geschiedenis. Zo’n vrouw is de Engelse Ellen Ann Willmott.

Zij reist naar Frankrijk en Italië, koopt er haar eigen villa, die zij zelfstandig renoveert en legt indrukwekkende en prachtige tuinen aan. In haar tijd voor een vrouw vrijmoedig en bijzonder. Dit artikel vertelt over het leven van deze geniale tuinvrouw, horticulturist, tuinfotograaf en schrijver met als vertrekpunt het onderzoek dat Audrey Le Lievre heeft verricht voor haar uitgebreide biografie Miss Willmott of Warley place (Faber& Faber, London, 1980).

 

Ellen Willmott, ca. 1901, fotograaf onbekend.

Le Lievre omschrijft Ellen Willmott als: “extravagant, impatient, brilliantly quick-minded, full of mirth and gaiety and at the same time absolutely infuriating and quite impossible to deal with” (Introduction, p.11), tegenstellingen die niet alleen haar karakter maar ook het leven van Ellen Ann Willmott tekenen.

Ellen Ann Willmott (1858-1934), wordt geboren in Vernon House in Spring Cove, een voorstadje, nabij London. Haar vader, Frederick Willmott, is advocaat, haar moeder, Ellen Fell, dochter van een rijke kant-handelaar. Ellen krijgt twee zusjes: Rose in 1881 en Ada Mary in 1864.

 

De meisjes krijgen een voor dochters uit gegoede kringen in die tijd gebruikelijke opvoeding: zij krijgen les in literatuur, geschiedenis en botanie, leren Frans, borduren en schilderen.

Door connecties met nieuwe partners en investeringen groeit de advocatenpraktijk van haar vader en kan de familie deelnemen aan het sociale leven van de welgestelde klasse door het organiseren van ontvangsten en soirees.

Dankzij die achtergrond en royale cheques die de zusjes jaarlijks van hun rijke peettante lady Helen Tasker ontvangen, is Ellen Ann wanneer zij eenentwintig jaar oud is, al een aanzienlijk rijke jonge vrouw.

 

In 1872 overlijdt haar jongste zusje Ada Mary aan dysenterie en nierfalen, waarna Frederick Willmott besluit om het familiehuis te verkopen. In 1875 koopt hij Warley Place in Essex, een landhuis in Queen Anne stijl, ook in de buurt van London, dat past bij de nieuwe financiële en sociale status van de familie (pp.21-30). De moeder van Ellen zal zich er vooral bezighouden met het instrueren van personeel en de inrichting van het huis, dat rijk gedecoreerd wordt met meubilair van Hepplewhite en Chippendale, antieke klokken die Ellens vader Frederick verzamelt, zilver, en serviezen van Ming, Worcester en Delft (p.35).

 

Aquarel (ca.1906) door Alfred Parsons van de narcissoorten bij Warley Place,

Rond dit landgoed met zijn glooiende hellingen, stallen en vijvers, staan heggen met meidoorns, vlierstruiken, ommuurde tuinen vol narcissen en krokussen en oude Spaanse kastanjebomen. Wanneer Ellen achttien jaar oud is en Rose vijftien, begint zij onder leiding van haar moeder met het vormgeven van de grote tuin rond Warley Place, waarvoor zij diverse plantensoorten verzamelen, ook uit andere tuinen, zoals die van Fitzwalters bijvoorbeeld, het ouderlijk huis van haar moeder.

In 1880 neemt mrs. Willmott de meisjes mee naar de Royal Horticultural Summer Show in London en zal zich de belangstelling en het talent van Ellen voor botanie nog meer ontwikkelen en zullen haar ontwerpen de tuinen van Warley Place maken tot een van de meest gevierde in Engeland.

 

Naast reguliere tuinen, legt Ellen in 1882, er ook een bijzondere Alpentuin aan met rotsformaties, varens en een beek. Voor het onderhoud stelt zij een Zwitserse tuinman aan, Jacob Maurer, die uiteindelijk veertig jaar lang met zijn gezin op het landgoed zal wonen in de South Lodge, ook nu nog te zien, naast de ingang van Warley Place.

 

 

 

 

 

Op zoek naar meer plantenkennis lezen Mrs. Willmott en Ellen diverse tuinboeken, zoals bijvoorbeeld The English Flower Garden (1883) van William Robinsons, zijn visie op tuinieren zal ook Ellen inspireren:

 

De tuinman moet de ware kunstenaar volgen, hoe bescheiden ook, in zijn respect voor de dingen zoals ze zijn, in verrukking in de natuurlijke vorm en schoonheid van bloemen en bomen, als we vrij willen zijn van kale geometrie, en als onze tuinen ooit ware beelden… En zoals het werk van de kunstenaar is om voor ons te zien en in beelden iets van de schoonheid van landschap, boom of bloem te bewaren, zo zou het werk van de tuinman moeten zijn om voor ons zoveel mogelijk in de volheid te bewaren van hun natuurlijke schoonheid, de levende wezens zelf. (p.8).

 

Ellen tuiniert, ontwerpt en leert tuinfotografie en ook daar heeft zij talent voor. Ondanks de uitvinding van de Kodax Box camera met filmrol (1891), gebruikt Ellen daarvoor liever nog de eerder gangbare zware fotoplaten, die voor haar door de tuin worden gedragen door een knecht, William. In 1909 wordt Warley Garden in Spring and Summer, een fotoboek van Ellen met veertig zwart-wit foto’s van haar beroemde tuin in Essex, gepubliceerd door uitgeverij Quaritch in London. Tuinliefhebbers zijn er lovend over (p.74). Onderstaand schilderij van Alfred Parsons geeft een beeld van hoe alleen al het gedeelte van de tuin aan de voorkant van het huis eruit moet hebben gezien.

 

Warley Place, het huis van de familie Willmott. Illustratie van Alfred Parsons (1847-1920

 

Alsof het allemaal nog niet genoeg is volgt Ellen ook op Warley Place opnieuw schilder- en tekenlessen, leert hoe zij schetsen van planten moet maken, volgt vioollessen, verbetert haar Frans en leert Duits van een thuistutor.

Ook is zij dol op reizen, dat blijkt uit een brief van 1875 die bewaard is gebleven, wanneer zij met haar ouders mee mag naar Parijs. Ook bezoekt de familie de Botanische Tuinen van Brussel, reist naar Spa en verblijft nogmaals in Parijs (1880). Wanneer haar moeder last krijgt van reumatische klachten, bezoeken zij alleen nog Spa-resorts in eigen land, zoals die van Bath bijvoorbeeld. Hier ontmoeten zij Major en mrs. Berkley ontmoeten, de bewoners van Spetchley Hall te Worcestershire.

 

Spetchley Hall – Worcestershire. Afbeelding van PollyDot via Pixabay

Al snel raken Ellen en Rose er bevriend met Maude, dochter van de Berkleys, en gezamenlijk bezoeken zij diverse tuinen. Later zullen deze Berkely’s de schoonouders van Rose worden, al zal zoon Robbert Valentine Berkley nog tot 1891 geduld moeten hebben voordat het tot een huwelijk met Rose kan komen. De Willmotts willen in 1882 namelijk, volgens de typische Victoriaanse trend van die tijd, met hun dochters een Grand Tour maken door Europa en zullen Luzern, Keulen, Turijn, Milaan, Rome en Napels bezoeken.

In 1889 reist Ellen met haar zus Rose, die inmiddels ook aan reuma lijdt, naar Aix-les-Bains voor het natuurlijke genezende bronwater en het weldadige klimaat. De meisjes rijden er rond in koetsjes, bezoeken de baden, wandelen in de bergen en bewonderen kloosters. Ook maken zij er kennis met een andere Engelsen die zich hier gevestigd hebben, zoals John Bellingham, Joseph Charlton Parr en Lady Whalley die goede relaties heeft met de Aixois en lokale notabelen. Ellen en Rose raken dol op deze plek en zullen er ieder jaar enige maanden verblijven.

In datzelfde jaar overlijdt hun suikertante gravin Helen Tasker, en laat hen een enorme erfenis na. Ellen en Rose kunnen nu in Aix-les-Bains, met het geldbedrag uit erfenis in La Maison au Lac, kopen (1890), een huis met diverse hectaren grond en een spectaculair een uitzicht over het Lac du Bourget.

 

http://resdlpbourget.free.fr/images/images/photos/tresserve.

In samenwerking met de lokale architect Jules Pin, verandert Ellen het cottage-achtige huis in een chateau, compleet met toren en al, richt het in met Louis XV en XVI meubelen, koopt muziekinstrumenten en verzamelt een complete bibliotheek (p.61-62).

 

Voor de tuin begint Ellen vooral rozen te cultiveren en kweekt in 1901 in samenwerking met Franse horticulturisten, alleen al ca. 750 verschillende soorten. Over bijzondere rozensoorten schrijft Ellen later haar meesterwerk: The Genus Rosa (1910). In het voorwoord daarvan richt zij zich tot koningin Alexandra (1844-1925), de echtgenote van koning Edward VII (1841-1910), en noemt haar daarin a peerless Rose, the queen of English hearts.

 

The Genus Rosa is door landschapsschilder en tuinontwerper Alfred Parsons (1847-1920) rijk geïllustreerd. Het boek, toont 132 aquarellen van rozen gemaakt tussen 1890 en 1908, en is te zien in the Lindley Library in London, de grootste tuinbouwbibliotheek ter wereld, waarin zich ook The Royal Horticultural Society bevindt.

Hieronder een voorbeeld van drie van zijn prachtige illustraties: de Rosa tea gigante, de Rosa laxa, en de Rosa rigorosa.

Geheel rechts zie je een afbeelding van een Kruisdistel, ook bekend als Miss Willmott’s Gost, omdat naar het verhaal gaat, dit plantje dat zich makkelijk vermenigvuldigt uit zaad, door Ellen, vanuit de zak van haar rok in tuinen van anderen werd gestrooid, waar het vervolgens “geheel onverwacht” opdook.

 

 

 

                         

 

In 1892 sterft de vader van Ellen en in 1898 verliest zij ook haar moeder. Rose is inmiddels getrouwd met Robbert Berkley en woont in Spetchley House. Ellen woont nu alleen in Warley Place, zet zich volop in voor het verfraaien van de tuinen, en heeft op een gegeven moment zelfs zo’n 104 hoveniers in dienst. Zij bestelt zaden en bollen, bij duizenden, vooral gele narcissen, loodkruid en kruisdistels.

De passie van Ellen voor tuinieren en haar bijzondere tuincreaties vallen op. In 1894 wordt zij als vrouw officieel toegelaten tot de Royal Horticultural Society in London, de Narcissus and Tulip Commitee en ontvangt diverse prijzen en medailles voor haar werk. Daarnaast is Ellen Willmott de eerste vrouw die, samen met haar concurrente Gertrud Jekyll, The RHS Medal of Honour, een koninklijke onderscheiding van koningin Victoria ontvangt (1897).

Ook zet Ellen een samenwerking op met de conservatoren van Kew Gardens en het Arnold Arboretum in Boston om reizen te financieren voor verzamelaars van bijzondere plantensoorten, zoals die van Ernest Wilson (1876-1930) naar China bijvoorbeeld.

 

In 1903 ontmoet Ellen via zakelijke connecties van haar ouders Sir Thomas Hanbury (1832-1907), zakenman, filantroop en tuinliefhebber, met wie zij spreekt over botanie en mediterrane tuinen (p.108). Sir Thomas is in 1867 voor het eerst naar Ligurische Riviera gereisd waar hij bij Mortola, niet ver van Ventimiglia en de Franse grens, een verwaarloosde villa van de familie Orengo de Casterone heeft gekocht en gerestaureerd. Hier heeft Hanbury samen met zijn broer Daniel en de Duitse tuinarchitect Ludwig Winter rond het huis diverse mediterrane terrastuinen aangelegd. In 1871 zal hij er samen met zijn vrouw Catherine Aldham Pease (1842-1920) gaan wonen.

 

Foto PW 2019

Geïnspireerd door Hanbury ( op de foto links zie je een gedeelte van de Giardini botanici di Hanbury met een fontein en terrassen), koopt ook Ellen in 1904 een huis in Italië: Villa Boccanegra, aan de Via Aurelia, bij Latte, zo’n 2,5 km. vanaf Ventimiglia. Net als de villa van Hanbury is ook die van Ellen ommuurd en heeft een aflopende tuin vanwaar je prachtig vrij uitkijkt over de Middellandse Zee (pp.149-150).

De vorige eigenaar, het Italiaanse parlementslid Giuseppe Biancheri (1821-1908), heeft tegen de muren rond het perceel rozen laten planten, zoals de Lady Banks bijvoorbeeld, die staan er nog wanneer Ellen aankomt, het moet haar enorm hebben aangesproken.

Zij is  dol op haar mooie huis en eigen grond in Italië, al moet er nog heel veel aan gebeuren! Met een enorme passie besluit Ellen om hier een van de mooiste mediterrane tuinen in Liguria te creëren wat haar uiteindelijk ook lukt, maar hoe dat is gegaan vertellen we later . . .

Ellen bestelt steeds meer voor haar project, geeft uiteindelijk heel veel geld uit bij lokale tuinbedrijven als Penco in Ventimiglia of Maison Bensa in Menton, waardoor de  rekeningen zich opstapelen en zij in financiële moeilijkheden raakt (p.150).

 

 

In 1907 wordt haar situatie nog slechter wanneer haar huis in Aix-les-Bains door een brand wordt verwoest, een traumatische ervaring. Ellen probeert het huis te renoveren, maar is niet goed verzekerd, en kan ook hier de rekeningen niet meer betalen als de schuldeisers zich aandienen. Na 1912 verblijft zij niet meer in Tresserve, maar nog wel in haar villa in Italië.

In 1920 wordt het huis in Tresserve gekocht door Randal Thomas Mawbry, een verre neef van de echtgenoot van haar zusje Rose, maar deze heeft niet echt interesse om het op te knappen, waardoor het lange tijd in een vervallen staat blijft. Ondertussen sterft ook haar zusje Rose (1922 ), en ziet Ellen zich gedwongen door alle financiële moeilijkheden in 1923 ook Villa Boccanegra te verkopen, dat vervolgens nog enkele keren van eigenaar wisselt.

Wanneer Mawbry overlijdt, ontstaat er door een onduidelijkheid in zijn testament, vanaf 1942 een pijnlijke strijd over de eigendomsrechten tussen de gemeente van Tresserve en een zekere Roche, inwoner van Chambery. Sinds 1964 doet het huis in Tresserve dienst als gemeentehuis van Aix-les-Bains en blijft het patrimonium van Ellen Willmott, de bijzondere bomen, planten en het rosarium bewaard in de tuinen rond het gebouw.

Villa Boccanegra is sinds 1983 in het bezit van twee botanici Guido Piacenza en Ursula Salghetti Drioli en heet nu Villa Piacenza, de tuinen zijn op afspraak te bezoeken.

 

Ellen Ann Willmott wordt gezien als een van de belangrijkste tuinontwerpers en horticulturalisten in de wereld. Als specialist in hybridiseren was zij altijd op zoek naar exotische soorten bollen en zaden en heeft met het financieren van diverse excursies naar verre landen bijgedragen aan plantenveredeling en variëteiten.

Heel veel plantensoorten zijn naar haar vernoemd zoals bijvoorbeeld de Rosa Wilmotiae, de Ellen Willmott lelie, wateraardbei miss Willmott, sering Miss Willmott, de irissen en tulpen Willmottiae en Warleyensis .

Originele foto’s, portretten en schetsen van Ellen Willmott zijn te vinden in de archieven van Spetchley House te Worcester. Ook Warley Place is te bezoeken, en wordt tegenwoordig onderhouden en als natuurreservaat beheerd door de Essex Wildlife Trust.

Ellen Ann Willmott is in 1934 overleden.

 

Illustrazione: https://luoghi.italianbotanicalheritage.com/en/villa-piacenza-boccanegra-garden/

Meer lezen over de mediterrane tuinen van Ellen Willmott en over Villa Piacenza, zoals Villa Boccanegra tegenwoordig heet? Dat kan! Wij zijn volop aan het schrijven en gaan binnenkort weer in Liguria fotograferen, zodat wij onze verhalen kunnen illustreren met exclusief en authentiek fotomateriaal, dus houd onze website in de gaten!

 

Bronnen:

Le Lièvre Audrey: Mis Willmott of Warley Place : her life and her gardens. Faber § Faber, London, 1980.

Artikelen:

Frieh-Giraud, Geneviève. “Ellen Willmott à Tresserve”, artikel voor de Académie des Sciences, Belles-Lettres et Arts de Savoie, seance 2019, via:

https://www.academiesavoie.org/images/discours/Communication_g_frieh_giraud.pdf

Pollit, David. “The Legacy of Ellen Willmott”. The Worcestershire Group Newsletter, spring 2018,  https://www.hardy-plant.org.uk/docs/publications/cornucopia/issue43/the_legacy_of_ellen_.pdf

Sewell, Paula. “Miss Ellen Willmott of Warley Place, Essex: Eminent Gardener, Horticulturist and Garden Photographer.” Garden History, vol. 42, no. 1, The Garden History Society, 2014, pp. 89–105, http://www.jstor.org/stable/24636288

 

Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2022

Over de geschiedenis van de lexicografie in Italia en combinatiewoordenboeken.

Wat mij boeit bij het maken van een vertaling is de vraag hoe ik de tekst zal benaderen. Een tekst daagt je uit, je moet op zoek gaan naar dat ene woord dat in de doeltaal precies uitdrukt wat in de brontaal wordt bedoeld. Een mooie vertaling vraagt ​​om creativiteit.

Naast grammaticale kennis van bron- en doeltaal, is voor de allerbeste vertaling ook kennis van de cultuur van het land waar de doeltaal wordt gesproken van belang. 

 

Wie de betekenis van een woord wil weten of vertalen raadpleegt daarvoor doorgaans een woordenboek, van papier of online. Ook voor het Italiaans bestaan ​​zeer veel verschillende soorten woordenboeken. Naast eentalige verklarende woordenboeken, tweetalige woordenboeken, etymologische woordenboeken, woordenboeken van dialecten, van synoniemen en antoniemen, over idiomatische uitdrukkingen en gespecialiseerde woordenboeken met een lexicon op medisch, technisch, of juridisch gebied bijvoorbeeld, zijn er sinds 2009 ook combinatiewoorden beschikbaar.

 

Heb je interesse in vertalen? Wil je meer weten over de geschiedenis van de lexicografie in Italië? Over de opzet, structuur en functie van belangrijke combinatiewoordenboeken zoals die van Francesco Urzì, Diario delle Combinazioni Lessicali , Luxembourg, Convivium, 2009, Paola Tiberii, Dizionario delle collocazioni. Le combinazioni delle parole in Italiano , Bologna, Zanichelli, 2012, Vincenzo Lo Cascio, de Dizionario Combinatorio dell’Italiano , Amsterdam/ Philadelphia, John Benjamins, 2013 en de Dizionario Combinatorio Compatto Italiano (2012)?

Tijdens mijn studie Italiaans heb ik over die onderwerpen een paper geschreven: “Een modern vertaalinstrument: de dizionario combinatorio ”(2017). Je leest deze via:  https://www.deitaliaanseculturelesalon.nl/wp-content/uploads/MLV-Helsloot-Paper-Dizionario-combinatorio.pdf

Buon Ferragosto!

BUON FERRAGOSTO!

 

 

Op 15 augustus wordt in heel Italië weer het feest van “Ferragosto” gevierd, maar wat weten wij eigenlijk van deze “vecchia tradizione”, deze oude traditie?

 

Het feest van “Ferragosto” kent een oude geschiedenis. In de Romeinse tijd werden, wanneer het werk op het land was gedaan, al landbouwfeesten gevierd, ter ere van Consus, de God van de oogst en beschermer van het graan. Het woord “Ferragosto” is afgeleid van “feriae Augūsti” in het Latijn, dat “rustdag van Augustus” betekent, naar de Romeinse keizer Augustus, die wilde dat oogstfeesten ook gevierd werden om zijn naam te eren. Daarnaast verwijst het naar “ferie d’agosto”, de vrije tijd in de maand augustus.

 

In de rooms-katholieke traditie wordt het Hoogfeest van “l’Assunzione della Vergine”, “Maria-Tenhemelopneming” gevierd. Op deze, zeker in katholiek Italië, belangrijke feestdag, worden Mariabeelden in processie rondgedragen om haar te eren. Deze processiesoptochten, vaak verlicht door fakkeldragers, waarbij een beeld van de Heilige Maagd Maria op de schouders van mannen door nauwe straatjes van Italiaanse dorpjes en steden, wordt vervoerd, trekken veel belangstelling van Italianen zelf en van toeristen.

 

Op de foto rechts zie je niet Maria, maar Santa Maria Maddalena, een marmeren altaarstuk, in de gelijknamige kerk op de Piazza del Popolo, in Bordighera Alta. De “Maddalena in Gloria” (1714-1717), is een beeldhouwwerk van Domenico Parodi, een leerling van Bernini. Het drukt het opgenomen worden in het hemelse rijk van Maria Maddalena uit. Zij heeft open armen, is in vervoering en door engeltjes omringd.

 

Ferragosto, is voor zo goed als alle Italianen een heerlijke vrije dag. De winkels zijn gesloten, en er is bijna geen openbaar vervoer. Op de piazza’s en in de straten wenst men elkaar een vrolijk: “Buon Ferragosto”. Veel mensen maken een tochtje, “fare una scampagnata”, noemen zij dat. Die vaak zeer warme Augustusmaand is dan ook bij uitstek een periode waarin veel mensen de stad ontvluchten, om lekker uit te waaien aan zee, of wandeltochten in de natuur te maken.

Bij Italianen en feest hoort natuurlijk ook lekker eten! Diverse restaurants organiseren een feestelijke “grigliata di Ferragosto”, een mixed grill van vlees, vis, en groenten, waar familie en vrienden met elkaar van kunnen komen genieten.

Ook worden er “sfilate di cavalli” gehouden, optochten met paarden versierd met kleurige doeken, ruiters die kostuums dragen en tamboerijnmuziek.

In de avond zijn er diverse “fuochi d’artificio”, vuurwerkshows, die de Italiaanse nacht kleuren met groen, wit en rood.

Om hier in Nederland ook wat van de stemming van “Ferragosto” te proeven is de vrolijke film “Pranzo di Ferragosto”, van regisseur Gianni Di Gregorio, een echte klassieker.

 

Trailer: https://www.youtube.com/watch?v=OA2LUWtyQqM

Foto Santa Maria Maddalena PW© 2022

Tekst Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2022