Art
-1
archive,category,category-art,category-3,stockholm-core-2.3.2,select-theme-ver-9.3,ajax_fade,page_not_loaded,,qode_menu_,wpb-js-composer js-comp-ver-6.9.0,vc_responsive

Ellen Ann Willmott, geniale tuinvrouw verliefd op Liguria

Vrouwen die tegen conventies en de tijdgeest waarin zij leven ingaan en hun eigen pad volgen schrijven geschiedenis. Zo’n vrouw is de Engelse Ellen Ann Willmott.

Zij reist naar Frankrijk en Italië, koopt er haar eigen villa, die zij zelfstandig renoveert en legt indrukwekkende en prachtige tuinen aan. In haar tijd voor een vrouw vrijmoedig en bijzonder. Dit artikel vertelt over het leven van deze geniale tuinvrouw, horticulturist, tuinfotograaf en schrijver met als vertrekpunt het onderzoek dat Audrey Le Lievre heeft verricht voor haar uitgebreide biografie Miss Willmott of Warley place (Faber& Faber, London, 1980).

 

Ellen Willmott, ca. 1901, fotograaf onbekend.

Le Lievre omschrijft Ellen Willmott als: “extravagant, impatient, brilliantly quick-minded, full of mirth and gaiety and at the same time absolutely infuriating and quite impossible to deal with” (Introduction, p.11), tegenstellingen die niet alleen haar karakter maar ook het leven van Ellen Ann Willmott tekenen.

Ellen Ann Willmott (1858-1934), wordt geboren in Vernon House in Spring Cove, een voorstadje, nabij London. Haar vader, Frederick Willmott, is advocaat, haar moeder, Ellen Fell, dochter van een rijke kant-handelaar. Ellen krijgt twee zusjes: Rose in 1881 en Ada Mary in 1864.

 

De meisjes krijgen een voor dochters uit gegoede kringen in die tijd gebruikelijke opvoeding: zij krijgen les in literatuur, geschiedenis en botanie, leren Frans, borduren en schilderen.

Door connecties met nieuwe partners en investeringen groeit de advocatenpraktijk van haar vader en kan de familie deelnemen aan het sociale leven van de welgestelde klasse door het organiseren van ontvangsten en soirees.

Dankzij die achtergrond en royale cheques die de zusjes jaarlijks van hun rijke peettante lady Helen Tasker ontvangen, is Ellen Ann wanneer zij eenentwintig jaar oud is, al een aanzienlijk rijke jonge vrouw.

 

In 1872 overlijdt haar jongste zusje Ada Mary aan dysenterie en nierfalen, waarna Frederick Willmott besluit om het familiehuis te verkopen. In 1875 koopt hij Warley Place in Essex, een landhuis in Queen Anne stijl, ook in de buurt van London, dat past bij de nieuwe financiële en sociale status van de familie (pp.21-30). De moeder van Ellen zal zich er vooral bezighouden met het instrueren van personeel en de inrichting van het huis, dat rijk gedecoreerd wordt met meubilair van Hepplewhite en Chippendale, antieke klokken die Ellens vader Frederick verzamelt, zilver, en serviezen van Ming, Worcester en Delft (p.35).

 

Aquarel (ca.1906) door Alfred Parsons van de narcissoorten bij Warley Place,

Rond dit landgoed met zijn glooiende hellingen, stallen en vijvers, staan heggen met meidoorns, vlierstruiken, ommuurde tuinen vol narcissen en krokussen en oude Spaanse kastanjebomen. Wanneer Ellen achttien jaar oud is en Rose vijftien, begint zij onder leiding van haar moeder met het vormgeven van de grote tuin rond Warley Place, waarvoor zij diverse plantensoorten verzamelen, ook uit andere tuinen, zoals die van Fitzwalters bijvoorbeeld, het ouderlijk huis van haar moeder.

In 1880 neemt mrs. Willmott de meisjes mee naar de Royal Horticultural Summer Show in London en zal zich de belangstelling en het talent van Ellen voor botanie nog meer ontwikkelen en zullen haar ontwerpen de tuinen van Warley Place maken tot een van de meest gevierde in Engeland.

 

Naast reguliere tuinen, legt Ellen in 1882, er ook een bijzondere Alpentuin aan met rotsformaties, varens en een beek. Voor het onderhoud stelt zij een Zwitserse tuinman aan, Jacob Maurer, die uiteindelijk veertig jaar lang met zijn gezin op het landgoed zal wonen in de South Lodge, ook nu nog te zien, naast de ingang van Warley Place.

 

 

 

 

 

Op zoek naar meer plantenkennis lezen Mrs. Willmott en Ellen diverse tuinboeken, zoals bijvoorbeeld The English Flower Garden (1883) van William Robinsons, zijn visie op tuinieren zal ook Ellen inspireren:

 

De tuinman moet de ware kunstenaar volgen, hoe bescheiden ook, in zijn respect voor de dingen zoals ze zijn, in verrukking in de natuurlijke vorm en schoonheid van bloemen en bomen, als we vrij willen zijn van kale geometrie, en als onze tuinen ooit ware beelden… En zoals het werk van de kunstenaar is om voor ons te zien en in beelden iets van de schoonheid van landschap, boom of bloem te bewaren, zo zou het werk van de tuinman moeten zijn om voor ons zoveel mogelijk in de volheid te bewaren van hun natuurlijke schoonheid, de levende wezens zelf. (p.8).

 

Ellen tuiniert, ontwerpt en leert tuinfotografie en ook daar heeft zij talent voor. Ondanks de uitvinding van de Kodax Box camera met filmrol (1891), gebruikt Ellen daarvoor liever nog de eerder gangbare zware fotoplaten, die voor haar door de tuin worden gedragen door een knecht, William. In 1909 wordt Warley Garden in Spring and Summer, een fotoboek van Ellen met veertig zwart-wit foto’s van haar beroemde tuin in Essex, gepubliceerd door uitgeverij Quaritch in London. Tuinliefhebbers zijn er lovend over (p.74). Onderstaand schilderij van Alfred Parsons geeft een beeld van hoe alleen al het gedeelte van de tuin aan de voorkant van het huis eruit moet hebben gezien.

 

Warley Place, het huis van de familie Willmott. Illustratie van Alfred Parsons (1847-1920

 

Alsof het allemaal nog niet genoeg is volgt Ellen ook op Warley Place opnieuw schilder- en tekenlessen, leert hoe zij schetsen van planten moet maken, volgt vioollessen, verbetert haar Frans en leert Duits van een thuistutor.

Ook is zij dol op reizen, dat blijkt uit een brief van 1875 die bewaard is gebleven, wanneer zij met haar ouders mee mag naar Parijs. Ook bezoekt de familie de Botanische Tuinen van Brussel, reist naar Spa en verblijft nogmaals in Parijs (1880). Wanneer haar moeder last krijgt van reumatische klachten, bezoeken zij alleen nog Spa-resorts in eigen land, zoals die van Bath bijvoorbeeld. Hier ontmoeten zij Major en mrs. Berkley ontmoeten, de bewoners van Spetchley Hall te Worcestershire.

 

Spetchley Hall – Worcestershire. Afbeelding van PollyDot via Pixabay

Al snel raken Ellen en Rose er bevriend met Maude, dochter van de Berkleys, en gezamenlijk bezoeken zij diverse tuinen. Later zullen deze Berkely’s de schoonouders van Rose worden, al zal zoon Robbert Valentine Berkley nog tot 1891 geduld moeten hebben voordat het tot een huwelijk met Rose kan komen. De Willmotts willen in 1882 namelijk, volgens de typische Victoriaanse trend van die tijd, met hun dochters een Grand Tour maken door Europa en zullen Luzern, Keulen, Turijn, Milaan, Rome en Napels bezoeken.

In 1889 reist Ellen met haar zus Rose, die inmiddels ook aan reuma lijdt, naar Aix-les-Bains voor het natuurlijke genezende bronwater en het weldadige klimaat. De meisjes rijden er rond in koetsjes, bezoeken de baden, wandelen in de bergen en bewonderen kloosters. Ook maken zij er kennis met een andere Engelsen die zich hier gevestigd hebben, zoals John Bellingham, Joseph Charlton Parr en Lady Whalley die goede relaties heeft met de Aixois en lokale notabelen. Ellen en Rose raken dol op deze plek en zullen er ieder jaar enige maanden verblijven.

In datzelfde jaar overlijdt hun suikertante gravin Helen Tasker, en laat hen een enorme erfenis na. Ellen en Rose kunnen nu in Aix-les-Bains, met het geldbedrag uit erfenis in La Maison au Lac, kopen (1890), een huis met diverse hectaren grond en een spectaculair een uitzicht over het Lac du Bourget.

 

http://resdlpbourget.free.fr/images/images/photos/tresserve.

In samenwerking met de lokale architect Jules Pin, verandert Ellen het cottage-achtige huis in een chateau, compleet met toren en al, richt het in met Louis XV en XVI meubelen, koopt muziekinstrumenten en verzamelt een complete bibliotheek (p.61-62).

 

Voor de tuin begint Ellen vooral rozen te cultiveren en kweekt in 1901 in samenwerking met Franse horticulturisten, alleen al ca. 750 verschillende soorten. Over bijzondere rozensoorten schrijft Ellen later haar meesterwerk: The Genus Rosa (1910). In het voorwoord daarvan richt zij zich tot koningin Alexandra (1844-1925), de echtgenote van koning Edward VII (1841-1910), en noemt haar daarin a peerless Rose, the queen of English hearts.

 

The Genus Rosa is door landschapsschilder en tuinontwerper Alfred Parsons (1847-1920) rijk geïllustreerd. Het boek, toont 132 aquarellen van rozen gemaakt tussen 1890 en 1908, en is te zien in the Lindley Library in London, de grootste tuinbouwbibliotheek ter wereld, waarin zich ook The Royal Horticultural Society bevindt.

Hieronder een voorbeeld van drie van zijn prachtige illustraties: de Rosa tea gigante, de Rosa laxa, en de Rosa rigorosa.

Geheel rechts zie je een afbeelding van een Kruisdistel, ook bekend als Miss Willmott’s Gost, omdat naar het verhaal gaat, dit plantje dat zich makkelijk vermenigvuldigt uit zaad, door Ellen, vanuit de zak van haar rok in tuinen van anderen werd gestrooid, waar het vervolgens “geheel onverwacht” opdook.

 

 

 

                         

 

In 1892 sterft de vader van Ellen en in 1898 verliest zij ook haar moeder. Rose is inmiddels getrouwd met Robbert Berkley en woont in Spetchley House. Ellen woont nu alleen in Warley Place, zet zich volop in voor het verfraaien van de tuinen, en heeft op een gegeven moment zelfs zo’n 104 hoveniers in dienst. Zij bestelt zaden en bollen, bij duizenden, vooral gele narcissen, loodkruid en kruisdistels.

De passie van Ellen voor tuinieren en haar bijzondere tuincreaties vallen op. In 1894 wordt zij als vrouw officieel toegelaten tot de Royal Horticultural Society in London, de Narcissus and Tulip Commitee en ontvangt diverse prijzen en medailles voor haar werk. Daarnaast is Ellen Willmott de eerste vrouw die, samen met haar concurrente Gertrud Jekyll, The RHS Medal of Honour, een koninklijke onderscheiding van koningin Victoria ontvangt (1897).

Ook zet Ellen een samenwerking op met de conservatoren van Kew Gardens en het Arnold Arboretum in Boston om reizen te financieren voor verzamelaars van bijzondere plantensoorten, zoals die van Ernest Wilson (1876-1930) naar China bijvoorbeeld.

 

In 1903 ontmoet Ellen via zakelijke connecties van haar ouders Sir Thomas Hanbury (1832-1907), zakenman, filantroop en tuinliefhebber, met wie zij spreekt over botanie en mediterrane tuinen (p.108). Sir Thomas is in 1867 voor het eerst naar Ligurische Riviera gereisd waar hij bij Mortola, niet ver van Ventimiglia en de Franse grens, een verwaarloosde villa van de familie Orengo de Casterone heeft gekocht en gerestaureerd. Hier heeft Hanbury samen met zijn broer Daniel en de Duitse tuinarchitect Ludwig Winter rond het huis diverse mediterrane terrastuinen aangelegd. In 1871 zal hij er samen met zijn vrouw Catherine Aldham Pease (1842-1920) gaan wonen.

 

Foto PW 2019

Geïnspireerd door Hanbury ( op de foto links zie je een gedeelte van de Giardini botanici di Hanbury met een fontein en terrassen), koopt ook Ellen in 1904 een huis in Italië: Villa Boccanegra, aan de Via Aurelia, bij Latte, zo’n 2,5 km. vanaf Ventimiglia. Net als de villa van Hanbury is ook die van Ellen ommuurd en heeft een aflopende tuin vanwaar je prachtig vrij uitkijkt over de Middellandse Zee (pp.149-150).

De vorige eigenaar, het Italiaanse parlementslid Giuseppe Biancheri (1821-1908), heeft tegen de muren rond het perceel rozen laten planten, zoals de Lady Banks bijvoorbeeld, die staan er nog wanneer Ellen aankomt, het moet haar enorm hebben aangesproken.

Zij is  dol op haar mooie huis en eigen grond in Italië, al moet er nog heel veel aan gebeuren! Met een enorme passie besluit Ellen om hier een van de mooiste mediterrane tuinen in Liguria te creëren wat haar uiteindelijk ook lukt, maar hoe dat is gegaan vertellen we later . . .

Ellen bestelt steeds meer voor haar project, geeft uiteindelijk heel veel geld uit bij lokale tuinbedrijven als Penco in Ventimiglia of Maison Bensa in Menton, waardoor de  rekeningen zich opstapelen en zij in financiële moeilijkheden raakt (p.150).

 

 

In 1907 wordt haar situatie nog slechter wanneer haar huis in Aix-les-Bains door een brand wordt verwoest, een traumatische ervaring. Ellen probeert het huis te renoveren, maar is niet goed verzekerd, en kan ook hier de rekeningen niet meer betalen als de schuldeisers zich aandienen. Na 1912 verblijft zij niet meer in Tresserve, maar nog wel in haar villa in Italië.

In 1920 wordt het huis in Tresserve gekocht door Randal Thomas Mawbry, een verre neef van de echtgenoot van haar zusje Rose, maar deze heeft niet echt interesse om het op te knappen, waardoor het lange tijd in een vervallen staat blijft. Ondertussen sterft ook haar zusje Rose (1922 ), en ziet Ellen zich gedwongen door alle financiële moeilijkheden in 1923 ook Villa Boccanegra te verkopen, dat vervolgens nog enkele keren van eigenaar wisselt.

Wanneer Mawbry overlijdt, ontstaat er door een onduidelijkheid in zijn testament, vanaf 1942 een pijnlijke strijd over de eigendomsrechten tussen de gemeente van Tresserve en een zekere Roche, inwoner van Chambery. Sinds 1964 doet het huis in Tresserve dienst als gemeentehuis van Aix-les-Bains en blijft het patrimonium van Ellen Willmott, de bijzondere bomen, planten en het rosarium bewaard in de tuinen rond het gebouw.

Villa Boccanegra is sinds 1983 in het bezit van twee botanici Guido Piacenza en Ursula Salghetti Drioli en heet nu Villa Piacenza, de tuinen zijn op afspraak te bezoeken.

 

Ellen Ann Willmott wordt gezien als een van de belangrijkste tuinontwerpers en horticulturalisten in de wereld. Als specialist in hybridiseren was zij altijd op zoek naar exotische soorten bollen en zaden en heeft met het financieren van diverse excursies naar verre landen bijgedragen aan plantenveredeling en variëteiten.

Heel veel plantensoorten zijn naar haar vernoemd zoals bijvoorbeeld de Rosa Wilmotiae, de Ellen Willmott lelie, wateraardbei miss Willmott, sering Miss Willmott, de irissen en tulpen Willmottiae en Warleyensis .

Originele foto’s, portretten en schetsen van Ellen Willmott zijn te vinden in de archieven van Spetchley House te Worcester. Ook Warley Place is te bezoeken, en wordt tegenwoordig onderhouden en als natuurreservaat beheerd door de Essex Wildlife Trust.

Ellen Ann Willmott is in 1934 overleden.

 

Illustrazione: https://luoghi.italianbotanicalheritage.com/en/villa-piacenza-boccanegra-garden/

Meer lezen over de mediterrane tuinen van Ellen Willmott en over Villa Piacenza, zoals Villa Boccanegra tegenwoordig heet? Dat kan! Wij zijn volop aan het schrijven en gaan binnenkort weer in Liguria fotograferen, zodat wij onze verhalen kunnen illustreren met exclusief en authentiek fotomateriaal, dus houd onze website in de gaten!

 

Bronnen:

Le Lièvre Audrey: Mis Willmott of Warley Place : her life and her gardens. Faber § Faber, London, 1980.

Artikelen:

Frieh-Giraud, Geneviève. “Ellen Willmott à Tresserve”, artikel voor de Académie des Sciences, Belles-Lettres et Arts de Savoie, seance 2019, via:

https://www.academiesavoie.org/images/discours/Communication_g_frieh_giraud.pdf

Pollit, David. “The Legacy of Ellen Willmott”. The Worcestershire Group Newsletter, spring 2018,  https://www.hardy-plant.org.uk/docs/publications/cornucopia/issue43/the_legacy_of_ellen_.pdf

Sewell, Paula. “Miss Ellen Willmott of Warley Place, Essex: Eminent Gardener, Horticulturist and Garden Photographer.” Garden History, vol. 42, no. 1, The Garden History Society, 2014, pp. 89–105, http://www.jstor.org/stable/24636288

 

Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2022

Buon Ferragosto!

BUON FERRAGOSTO!

 

 

Op 15 augustus wordt in heel Italië weer het feest van “Ferragosto” gevierd, maar wat weten wij eigenlijk van deze “vecchia tradizione”, deze oude traditie?

 

Het feest van “Ferragosto” kent een oude geschiedenis. In de Romeinse tijd werden, wanneer het werk op het land was gedaan, al landbouwfeesten gevierd, ter ere van Consus, de God van de oogst en beschermer van het graan. Het woord “Ferragosto” is afgeleid van “feriae Augūsti” in het Latijn, dat “rustdag van Augustus” betekent, naar de Romeinse keizer Augustus, die wilde dat oogstfeesten ook gevierd werden om zijn naam te eren. Daarnaast verwijst het naar “ferie d’agosto”, de vrije tijd in de maand augustus.

 

In de rooms-katholieke traditie wordt het Hoogfeest van “l’Assunzione della Vergine”, “Maria-Tenhemelopneming” gevierd. Op deze, zeker in katholiek Italië, belangrijke feestdag, worden Mariabeelden in processie rondgedragen om haar te eren. Deze processiesoptochten, vaak verlicht door fakkeldragers, waarbij een beeld van de Heilige Maagd Maria op de schouders van mannen door nauwe straatjes van Italiaanse dorpjes en steden, wordt vervoerd, trekken veel belangstelling van Italianen zelf en van toeristen.

 

Op de foto rechts zie je niet Maria, maar Santa Maria Maddalena, een marmeren altaarstuk, in de gelijknamige kerk op de Piazza del Popolo, in Bordighera Alta. De “Maddalena in Gloria” (1714-1717), is een beeldhouwwerk van Domenico Parodi, een leerling van Bernini. Het drukt het opgenomen worden in het hemelse rijk van Maria Maddalena uit. Zij heeft open armen, is in vervoering en door engeltjes omringd.

 

Ferragosto, is voor zo goed als alle Italianen een heerlijke vrije dag. De winkels zijn gesloten, en er is bijna geen openbaar vervoer. Op de piazza’s en in de straten wenst men elkaar een vrolijk: “Buon Ferragosto”. Veel mensen maken een tochtje, “fare una scampagnata”, noemen zij dat. Die vaak zeer warme Augustusmaand is dan ook bij uitstek een periode waarin veel mensen de stad ontvluchten, om lekker uit te waaien aan zee, of wandeltochten in de natuur te maken.

Bij Italianen en feest hoort natuurlijk ook lekker eten! Diverse restaurants organiseren een feestelijke “grigliata di Ferragosto”, een mixed grill van vlees, vis, en groenten, waar familie en vrienden met elkaar van kunnen komen genieten.

Ook worden er “sfilate di cavalli” gehouden, optochten met paarden versierd met kleurige doeken, ruiters die kostuums dragen en tamboerijnmuziek.

In de avond zijn er diverse “fuochi d’artificio”, vuurwerkshows, die de Italiaanse nacht kleuren met groen, wit en rood.

Om hier in Nederland ook wat van de stemming van “Ferragosto” te proeven is de vrolijke film “Pranzo di Ferragosto”, van regisseur Gianni Di Gregorio, een echte klassieker.

 

Trailer: https://www.youtube.com/watch?v=OA2LUWtyQqM

Foto Santa Maria Maddalena PW© 2022

Tekst Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2022

2021 Het jaar van Dante Alighieri (1265-1321)

Dit jaar is het jaar van Dante, 700 jaar Dante Alighieri!

Wanneer je de Italiaanse taal voldoende beheerst lees je zijn meesterwerk “Commedia”, in drie delen: Inferno, Purgatorio en Paradiso natuurlijk het best in het Italiaans, maar je kunt ook voor een vertaling gaan. Welke van de vele vertalingen kies je dan?

Hoe lastig dat kan worden vertelde publiciste en vertaalster Hein Groen al in de Groene Amsterdammer (2001, nr.29) die tijdens het lezen van een Engelse vertaling al snel tot de conclusie kwam dat je: “[…] Dantes grootheid alleen in het Italiaans kunt ervaren”.

Aan een Nederlandse vertaling begon zij niet eens…

 

De uitdaging voor de vertaler is natuurlijk ook op zoek gaan naar dat ene woord in de doeltaal dat exact de intentie weergeeft die in de oorspronkelijke taal bedoeld wordt. Daarbij moet je niet alleen de letterlijk betekenis vertalen maar vooral, zoals vertaler Hans Bolland in een gesprek bij “De wereld draait door” (2019) vertelde: vertalen vanuit de ziel van de taal.

Bij Dante gaat het dan ook nog eens om het vertalen van Middeleeuwse poëzie van het hoogste literaire niveau.

 

Uren heb ik besteed aan de Commedia, aan het analyseren van de eigenheid van de taal, aan haar ontstaansgeschiedenis, achtergronden, symboliek en aan de personages die Dante, zelf ook een personage in dit verhaal, op zijn reis tegenkomt. Tijdens die studie Italiaanse taal en cultuur maakte ik kennis met de mooie vertaling van Frans van Dooren (1987) maar je zou ook voor die van Ike Cialona en Peter Verstegen (2000) kunnen kiezen. Daarnaast noem ik Juke Hudig die in haar “Dantes Divina Commedia in 111 pastels”(2014), kiest voor het weergeven van momenten uit de Commedia, in de vertaling van Christinus Kopps (1930), door middel van prachtige verstilde illustraties.

 

Firenze, Ravenna en Dante zijn onverbrekelijk verbonden en nog altijd is er heel veel belangstelling voor “ il sommo poeta”, zeker

nu, 700 jaar na zijn dood in 1321, in dit speciale Dante-jaar, blijf de website volgen!

 

Dante Alighieri, Commedia, con il commento di A. M. Chiavacci Leonardi, Bologna, Zanichelli, 1999

Dante Alighieri: De goddelijke komedie, vertaald door Frans van Dooren, Amsterdam-Leuven 1987.

Dante Alighieri: De goddelijke komedie, vertaald door Ike Cialona en Peter Verstegen, 2 delen, Amsterdam 2000.

Juke Hudig, Dante’s Divina Commedia in 111 pastels, Aurora productions, 2014.

https://www.groene.nl/artikel/vertedering-voor-dante

https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/510245

https://www.facsimilefinder.com/facsimiles/dante-inferno-parigi-imola-facsimile

Illustrazione: Luca Signorelli, Dante Alighieri, detail van Luca Signorelli’s fresco in de kapel van San Brizio, cattedrale di Orvieto

CC BY-SA 3.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0>, via Wikimedia Commons

Tekst Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2021

Louise’s Liguria tip 6: Albenga città delle torri

 

Albenga is echt zo’n gemoedelijke badplaats waar de Italianen zelf ook graag met hun familie verblijven om vakanties te vieren.

Non è cosa sorprendente! Ofwel: dat is niet verwonderlijk! Om te beginnen vind je er een gezellige boulevard met diverse bagni waar je ligstoelen met parasols kunt huren en vers gevangen vis kunt eten in de bijbehorende strandtentjes. In het mooie centro storico kun je struinen in de vele gezellige winkeltjes, met mode, schoenen of antiek.  Naast een goede slager en een viswinkel,  kun je hier ook voor verse groente, fruit of olijfolie terecht. ’s Ochtends koop je een krantje bij de lokale boekenstal en drink je een cappuccino op het terras van het bakkertje om de hoek of aan zee.

 

Je proeft in Albenga nog de grandeur van vervlogen tijden, juist die combinatie van historie en de hierboven beschreven ongedwongenheid maakt Albeng zo bijzonder. Flaneer eens door de mooie, door oude platanen omgeven lanen en bewonder de klassieke villa’s met hun gietijzeren hekken. Snuif de geur op van de bougainville die haar zoete geur verspreidt wanneer je jouw Italiaanse avond- passeggiata – wandeling maakt.

 

Ook op het gebied van theater wordt er in Albenga regelmatig iets georganiseerd, zoals een lezingenserie Lectura Dantis over de verzen van Dante Alighieri en worden er op het mooie Piazza dei Leoni in de zomer jazzavonden en popfestivals georganiseerd waarvan heerlijk buiten wordt genoten.

 

In deze Città delle Torri, Stad van de Torens, zoals Albenga wel wordt genoemd, is ook aan culturele bezienswaardigheden geen gebrek.

In het Museo Navale Romano en het Museo Civico Ingauno beiden gevestigd in het Palazzo Pelosos Cepolla, een paleis uit de vijftiende eeuw, zijn amforen te zien uit de eerste eeuw voor Chr. Deze wijnamforen uit een antiek Romeins vrachtschip heeft men in 1951 gevonden op de bodem rond het Isola Gallinara. Ook zijn er terracotta vazen en wijnvaten te zien uit een Romeins schip dat bij Diano Marina is gevonden. Het Museo Civico Ingauno vertelt de geschiedenis van de maritieme handel en piraterij van de bevolking van dit deel van Liguria. Daarnaast wordt hier een collectie antieke potten van de apotheek van het vroegere ziekenhuis van Albenga bewaard. De stukken zijn gedecoreerd in blauw en wit, de karakteristieke kleuren  van Savona en Albissola tussen de zestiende en de negentiende eeuw. http://www.iisl.it/musei/navale/naval.htm

 

Het Museo Diocesano e Battistero Palleocristiano di Albenga is gevestigd in het oude Palazzo Vescovile, het Bisschoppelijk Paleis. In dit gebouw, waar nog fresco’s te zien zijn uit de vijftiende eeuw, wordt een rijke collectie vroegchristelijke archeologische vondsten, middeleeuwse schilderijen, gobelins uit de zestiende eeuw en beelden uit de achttiende eeuw getoond. https://www.diocesidialbengaimperia.it/curia/settore-centrale/museo-diocesano-e-battistero-paleocristiano/

Het Museo Magiche Trasparenze biedt een expositie van ruim 200 stuks bijzonder glaswerk afkomstig uit opgravingen rond Albenga, waaronder het Piatto Blue, het Blauwe Bord, een rond dienblad in blauw glas dat hier in Albenga is teruggevonden in de Viale Pontolungo. https://www.scoprialbenga.it/magiche-trasparenze.htm

Leuk om te doen is daarnaast een bezoek brengen aan het Museo dell’olio waar je dankzij de inzet van de familie Sommariva alles te weten komt over het proces van olijvenpers tot olijfolie in deze streek en via een ondergrondse tunnel ook toegang hebt tot de Frantoio Sommariva. https://www.scoprialbenga.it/museo-olio-albenga.htm

 

Kerken in Albenga om te bezoeken en bewonderen zijn de Chiesa di Santa Maria in Fontibus die volgens historische bronnen voor het eerst al in 1098 genoemd wordt als bouwwerk van Benedictijner monniken. De naam in Fontibus zou verwijzen naar antieke fonteinen die zich rond deze kerk hebben bevonden maar daarvan zijn nooit bewijzen gevonden. Tussen 1612 en 1625 is de kerk gerestaureerd waarbij de middeleeuwse toegangsdeuren bewaard bleven. Binnen zijn een marmeren beeld van Maria, La Vergine Maria uit 1622 te zien en religieuze werken van de Genuese kunstschilder Orazio De Ferrari (1606 – 1657) uit 1638. http://www.svdonline.it/1327/chiesa-di-santa-maria-in-fontibus/

De Cattedrale di San Michele staat echt in het hart van Albenga. Haar Campanile, haar klokkentoren vormt samen met de Torre Civica en die van het Municipio, het stadhuis de Tre Torri, het symbool van de stad Albenga. https://www.scoprialbenga.it/cattedrale-san-michele.htm

 

 

       

 

Sportievelingen kunnen zich uitleven op diverse mountainbike en hike-routes die hier in de heuvels zijn uitgezet. Ook kun je langs de kustlijn wandelingen maken, zoals over de Via antica tussen Albenga en Alassio en genieten van een panoramisch uitzicht over de Ligurische Zee.

 

Voor watersporters is het hier aan de Ligurische kust natuurlijk goed toeven met vele leuke haventjes in zicht. Je kunt zelf een boot huren, meezeilen of een ticket boeken voor een van de vele boottours die er aangeboden worden. Dagelijks kun je vanuit Alassio, dat 7 km. vanaf Albenga ligt een boottocht maken naar het Isola Gallinara. Het eiland dat behoort aan Albenga ligt hier zo’n 1,5 km. vanaf voor de kust. Deze tours bieden mogelijkheden om te zwemmen, snorkelen of onder begeleiding te duiken.

 

Het eiland dankt haar naam aan het grote aantal galline selvatichewilde hennen, dat het bewoond heeft. Waarschijnlijk heeft deze vogelpopulatie zich vermenigvuligd uit een aantal vogels die tijdens een bezoek per boot ontsnapt zijn. Een ander naam voor het eiland is La Tartaruga, de Schildpad, naar de vorm die het heeft. https://www.scoprialbenga.it/centro-multimediale-riserva-isola-gallinara.htm

 

 

Wil je dit gedeelte Liguria ontdekken met het openbaar vervoer, dat is hier goed geregeld. Er rijden regionale treinen en sneltreinen die Albenga met de andere plaatsen langs de kustlijn verbinden. Eenmaal aangekomen kun je met een lokale bus of taxi overal komen. Houd wel rekening met zo af en toe een ritardo, een vertraging van je trein, maar ja, je bent op vakantie toch?

 

Copyright Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2020

Foto’s PW © 2019

Louise’s Liguria tip 4: Badalucco, paese dipinto o paese medievale?

Badalucco ligt op 250 meter hoogte in de Valle Argentina, ongeveer 34 km. landinwaarts vanaf Imperia en zo’n 18 km vanaf Triora waarover ik in mijn vorige artikel schreef.

Wat direct opvalt in dit middeleeuwse dorpje zijn haar pastelkleurige huizen en muurschilderingen, Murali (mura betekent muur) genoemd, die je overal in het dorp tegenkomt. Badalucco wordt daarom ook wel il Paese dipinto, het beschilderde dorp, genoemd. In de zomer van 2017 werd hier het Up Art festival georganiseerd, een evenement waarbij weer nieuwe Murali zijn aangebracht. Toch blijkt dat over deze muurschilderingen die enige jaren terug zijn ontstaan uit een lokaal idee om het dorp te restaureren, op te fleuren en toeristen aan te trekken, de meningen van de inwoners verschillen. Er zijn ook Baucogni (inwoners van Badalucco in dialect) die vinden dat door deze decoraties het authentieke cultuurhistorische karakter van het middeleeuwse dorp wordt ondermijnd.

 

 

Naast schilderkunst wordt er in Badalucco ook keramiek gemaakt. De Associazione Up Arte organiseert regelmatig exposities van het werk van diverse lokale artiesten in de Badalucco Art Gallery, wat extra kleur geeft aan een bezoek aan dit plaatsje. Daarnaast biedt de galerie diverse cursussen in pottenbakken, zie daarvoor de informatie op de FaceBookpagina van de galerie: https://www.facebook.com/UpArteBadalucco/

 

Over de herkomst van de naam Badalucco bestaan diverse theorieën, zo zou deze afstammen van Belladucius (Lt) dat oorlogszuchtig volk betekent, maar ook zou Baaluco of Badalucco afgeleid kunnen zijn van het Italiaanse werkwoord badare, zorgen voor, hier in de zin van: de wacht houden dat verwijst naar de functie die de gefortificeerde burcht heeft gehad in de 13e eeuw. Anderen zoeken de herkomst van de naam in Abdalucus zonder licht, refererende aan de schaduwrijke bosachtige omgeving. Daarnaast zou de verering van de Fenicische God Baal in een heilig bos in deze omgeving van invloed geweest kunnen zijn op het ontstaan van de naam Badalucco.

 

 

Het pittoreske dorp in de Colline Ligure wordt omringd door olijfgaarden, waar in oude olijfperserijen de olie van de Taggiasca olijven wordt opgevangen voor de lekkerste Olio d’Oliva Extra Vergine. Deze tradizione stamt al uit de laat zevende, begin achtste eeuw toen de Benedictijner monniken de grond rond Badalucco zijn gaan ontginnen en terrassen voor de oogst hebben aangelegd. De olijfperserij Frantoio ROI, een bedrijf dat al van generatie op generatie in dezelfde familie is, kun je op afspraak bezoeken om meer te weten te komen over de geschiedenis van de olijfolieproductie in Badlucco: https://www.olioroi.com/en/

 

Naast olijfolie staat Badalucco bekend om Il fagiolo di Badalucco, een kleine witte bonensoort die in veel gerechten wordt verwerkt en Rundin wordt genoemd in het lokale dialect. In de cucina rustica, de boerenkeuken van deze streek wordt deze vaak gecombineerd met capra (geitenvlees) en coniglio (konijn). Andere piatti tipici, streekgerechten uit Badalucco zijn bijvoorbeeld de Fiori di zucca ripieni, met mortadellaworst gevulde courgettebloemen uit de oven, Stoccafissu a Baucogna, een schotel met gedroogde stokvis, of A fogazza, een zoete focaccia, allemaal lekkernijen die naar traditionelele recepten worden gemaakt.

Er zijn dan ook diverse restaurantjes waar je van al dat heerlijks kunt genieten, zoals de osteria Cian De Bia bijvoorbeeld, waar je het menu eet dat de chef voor die dag heeft bedacht samen met een glas lokale wijn zoals il Vermentino, il Pigato of il Rossesehttps://www.ciandebia.it/ Ben je dol op paddenstoelenspecialiteiten dan kun je in het gezellige ristorante Ca’Mea je hart op halen. http://www.ristorantecamea.it/

 

Natuurlijk wil je ook de historische cultuur van het Badalucco ontdekken. De antieke Borgho met haar nauwe steegjes en overdekte doorgangetjes ligt langs de weg die vanuit het dal omhoog slingert. Vroeger was het dorp omsloten door een ringmuur met vijf poorten, de Porta di San Rocco, Porta del Pogetto, Porta di Beo, Porta del Castello en Porta di Santa Lucia, deze laatste bevindt zich op een brug, de Ponte di Santa Lucia. Meer stroomopwaarts aan de noordelijke kant van Badalucco ligt nog een brug de Ponte della Madonna degli Angeli, vernoemd naar de daar vlakbij gelegen Capella della Madonna degli Angeli.

 

De Ponte di Santa Lucia is een romaanse boogbrug waar in de kiezelstenen bestrating nog de oude karrensporen uit vervlogen tijden te zien zijn. De gebogen vorm doet denken aan de karakteristieke gebogen vorm van de rug van een ezel, althans zo verwoorden Italianen deze specifieke vorm: a schiena d’asino. De hier inmiddels vernieuwde paden, zijn dan ook aangelegd op de vroegere ezelspaden. Door haar bijzondere boogconstructie is de brug overeind gebleven en vormt een natuurlijke golfbreker voor de bergrivier de Argentina die hier als een kleine waterval over rotspartijen en stenen onderdoor stroomt.

Het kleine klokkapelletje erboven is in 1606 gebouwd ter ere van Santa Lucia, de Heilige Sint Lucia, de patroonheilige van de blinden. Binnen is een marmeren beeld van haar te zien. Op de naamdag van Santa Lucia, 13 december, prevelen veel dorpsbewoners wanneer zij er langs lopen uit gewoonte, voorzorg of piëteit een gebedje:

Salute e pan d’ordiu che Santa Lezia e ne cunserve a vista e l’audia – “Gezondheid en gerstebrood, moge de Heilige Lucia ons zicht en gehoor bewaren”!

 

In het historische centrum vind je op de piazza Duomo de Chiesa di Santa Maria Assunta e San Giorgio in barokke architectuur met zuilenrijen aan de voorgevel geconstrueerd door Giovanni Battista Oreggia di Prelà tussen 1683 en 1691. Het oorspronkelijke gebouw is waarschijnlijk ouder, rond 1308 werd er op deze plek al een kerk met de naam Santa Maria beschreven. Bij de daarop volgende aanpassingen is de monumentale deur gemaakt door Bartolomea Varenzi da Cenova in 1556 hergebruikt.

Binnen, in de enorme ruimte valt naast decoraties in gips en devotionele ornamenten uit de zestiende-zeventiende eeuw het grote altaar op, gemaakt door Gio Andrea Manni in 1697, dat geflankeerd wordt door twee grote marmeren engelenbeelden die toegeschreven worden aan de school van Bernini.

In de kapellen zijn schilderijen te zien van diverse kunstenaars zoals bijvoorbeeld van de Milanese schilder Giuseppe Massa, La Resurrezione di Cristo (1726), van Giacomo Rodi, La Madonna del Carmine e Santi ( begin 17e eeuw) en van Francesco Maria Narice, L’Assunzione della Vergine (1776).

 

L’oratorio dei Disciplinanti delle Stimmate di San Francesco, (1646) toont werken van Gio Paolo Marvaldi (1705) en in het Oratorio della Madonna della Misericordia (1701-1728) zijn decoratieve reliëf stucwerken te zien van Vincenzo Adami en fresco’s van Maurizio Carrega.

 

Buiten het dorp, panoramisch gelegen op de Monte Carmo vind je Il santuario della Madonna della Neve. Dit sanctuarium stamt uit de vijftiende eeuw en werd een bedevaartsplaats voor veel pelgrims nadat de Heilige Maria hier een blinde man zou hebben genezen. Ieder jaar op 5 augustus, de naamdag van de Madonna della Neve, wordt het houten Mariabeeld dat zich hier in de kapel bevindt in een processie naar beneden gedragen. Daarnaast worden hier de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog herdacht.

 

Zoals in de vorige post over Triora, Dolcedo en Dolceaqua vermeld kun ben je in dit gedeelte van Liguria op je plek wanneer je van hiking en trekking houdt. Het Sentiero Balcone (SB) is een wandelroute van 135 km die in de provincie Imperia loopt van oost naar west langs de kust en deze met de historische dorpen in het achterland verbindt. De vroegere ezelpaden, zoals het originele pad van Cervo naar Dolceacqua bijvoorbeeld, zijn nu veranderd in een netwerk van aansluitende de wandelpaden. Van gemakkelijk te belopen paden in de Alpi del mare tot routes voor echte pro’s in de hogere Alpini dall’alto.

 

Ook vanuit Badalucco worden tochten met een Alpine gids georganiseerd, zoals bijvoorbeeld een mooie panoramische wandeling naar de Monte Carmo naar het bovengenoemde Santuario della Madonna della Neve.http://caiimperia.com/index.php/2-non-categorizzato/122-da-badalucco-al-santuario-della-madonna-della-neve#:~:text=Tempo%20complessivo%3A%205%20h. Deze is ongeveer 8 km, vertrekt vanaf Piazza Duomo in het centrum van Badalucco en voert langs typische stenen muurtjes, olijventerrassen, wijngaarden en door kastanje bossen. Terugkerend voert het pad je langs de antieke Chiesa San Bernardo (1443) en loop je over de Ponte degli Angeli weer het centrum van Badalucco binnen.

 

 

LAATSTE NIEUWS:

Naast de pandemie Covid 19 zijn in de Valle Argentina begin oktober de dorpen Badalucco, Montalto Carpasio, Molini di Triora en Triora zwaar getroffen door een enorm noodweer. Als gevolg van hevige regenval en harde wind is de rivier de Argentina buiten haar oevers geraakt wat een enorme modderstroom heeft veroorzaakt die veel schade heeft aangericht aan wegen en huizen. Er was geen elektriciteit, water en gas.

Ook restaurant Ca’Mea is beschadigd waarbij als door een wonder de antieke brug er tegenover niet is ingestort. Aan de journalisten van de San Remonews van 6 oktober 2020 vertelt eigenaresse Cinzia Antonio in de puinhopen hoe na deze verwoesting bij alle inwoners direct een gevoel van solidariteit en samenwerking naar boven is gekomen. Hoe zij als één familie elkaar steunen in deze moeilijke tijden en alles samen weer op zullen bouwen. Verslaggeving in het Italiaans is via de link te lezen:

https://www.sanremonews.it/2020/10/06/leggi-notizia/argomenti/cronaca/articolo/badalucco-il-ristorante-ca-mea-devastato-ma-ce-gia-voglia-di-ripartire-la-titolae-noi-ricos.html

 

 

Andrea Gandolfo, La Storia di Imperia, Blue edizioni s.r.l., Torino, 2005.

foto panoramica: Alessandro Vecchi – own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=18856817

foto ponte:https://www.sanremonews.it/2011/04/26/leggi-notizia/argomenti/altre-notizie/articolo/adotta-un-ponte-nel-ponente-di-liguria-e-non-te-ne-pentirai-il-ponte-di-badalucco.html

foto chiesa: Davide Papalini, opera propria, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1999158

foto oratorio: Davide Papalini, opera propria, CC BY-SA 3.0 <http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/>, via Wikimedia Commons

foto Madonna della Neve:https://www.riviera24.it/2010/08/giovedi-5-agosto-festa-della-madonna-della-neve-a-badalucco-90745/

Tekst en copyright Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2020

De Franse Salon en de Italiaanse Salotto

Foto: www.cubra.nl/PM/Gresset_Groepsportret.htm

In de 17e en 18e eeuw worden er in Frankrijk diverse literaire salons opgezet naar het voorbeeld van de Italiaanse hofcultuur. In deze salons (Salon in het Frans, Salotto in het Italiaans) komen schrijvers, filosofen en kunstenaars samen om te discussiëren over hun werk en te luisteren naar voordrachten, poëzie en muziek.
De gastvrouwen die deze salons organiseren worden Salonnières in het Frans en Salottiere in het Italiaans genoemd. Het zijn vrouwen uit de hogere bourgeoisie en aristocratie die culturele activiteiten organiseren, niet exclusief voor de adel aan het hof maar juist toegankelijker voor een breder publiek dat bestaat uit mannen èn vrouwen.

Klik hier voor het gehele artikel.

I tesori nascosti della Toscana – LUCIGNANO

inlucignano

Foto: inlucignano.com

Veel kleine en niet zo bekende plaatsjes in Italië kunnen je enorm verrassen met hun rijke culturele geschiedenis, waardoor je er kunstschatten tegen kunt komen, die je niet zou verwachten. Over deze minder bekende kant van Italië gaat mijn blog van vandaag om je te inspireren om bij een volgend bezoek aan Italië eens op zoek te gaan naar deze: tesori nascosti dell’Italia, deze: verborgen schatten van Italië!

In 2015 ging ik voor mijn studie Italiaans een paar dagen naar het plaatsje Lucignano in Toscane, om daar als tolk-vertaalster Italiaans-Nederlands te werken op een onderwijscongres. Voor dit vertaalwerk voor en de inhoudelijke verslaglegging van dit congres, was ik gereisd naar de prachtige omgeving waarin dit middeleeuwse dorpje ligt: het hart van de Val di Chiana, in de regio Toscane. In deze vallei, die bestaat uit een glooiend, heuvelachtig gebied, waar olijfolie en wijn wordt geproduceerd en een meer vlak gedeelte, waar men tarwe, gerst en mais verbouwt, zie je overal de zonnebloemen groeien en dat alles is een prachtig beeld als je naar Lucignano toe rijdt.

lucignano

Foto: www.igirasoli.ar.it

Het congres werd georganiseerd voor Nederlandse en Italiaanse leerkrachten om van elkaar te leren en van gedachten te kunnen wisselen over de inclusie van leerlingen met een beperking in de klas. Om te ervaren op welke manier in het Italiaanse basis- en voortgezet onderwijs die inclusie in de praktijk wordt gebracht, bezochten Nederlandse leerkrachten, hun Italiaanse collega’s ook in de klas op de diverse scholen in en rond Lucignano, waarbij ik optrad als tolk. Ik vond het heel bijzonder om te zien met hoeveel passie de Italiaanse leerkrachten omgegaan en werken met deze kinderen.
Wil je meer over weten over passend onderwijs in Italië, lees dan mijn verslag via deze link .

val-di-chiana-campi-300x199

Foto: mangiarebuono.it

Het plaatsje Lucignano wordt omgeven door de dorpen Monte San Savino in het noorden, Marciano della Chiana en Foiano della Chiana in het oosten, Sinalunga in het zuiden en Rapolano Terme in het westen en is een goede uitvalsbasis voor een heerlijke Toscane vakantie. De bekende plaatsen zoals Florence (1.20 minuten met de auto), Pisa en Lucca (ongeveer 2 uur rijden), Arezzo (half uurtje rijden) en Siena (40 minuten) zijn makkelijk te bezoeken, maar wanneer je je concentreert op Lucignano en omgeving, zal je je verwonderen over wat dit plaatsje biedt op het gebied van kunst en cultuur, op culinair gebied en aan accommodaties voor je verblijf in Toscane.

lucignano-vista-aerea-20150410100439-1000-600

Foto: www.lecantine.net

In de Italiaanse geschiedenis is er vanaf de Romeinse tijd al strijd gevoerd om de jurisdictie over deze vallei, om haar strategisch belang en om haar vruchtbare grond. In de eerste eeuw voor Christus viel het gebied onder Rome doordat het veroverd werd door Lucius Cornelius Sulla Felix, een Romeinse generaal en staatsman. Vervolgens stichtte de Romeinse consul Lucius Licinius Lucullus een Castrum romanum, een legerkampement voor de Romeinse legioenen in de Valdichiana vallei, waarna de naam Lucignianum ontstond als eerbetoon aan deze Lucius. Hieruit is later de naam Lucignano ontstaan. In 1371 werd door de Senezen de eclipsvormige stadsmuur gebouwd, die typerend is voor deze tijdsperiode, met de drie toegangspoorten: Porta San Giusto, Porta San Giovanni en de Porta Murata. Tenslotte werd in 1558 door de Florentijnen een fort gebouw voor Cosimo de Medici, door de architect Bernardo Puccini.

Tussen 1200 en 1500 voerden de steden Siena, Arezzo, Perugia en Florence een steeds terugkerende strijd om het gebied. Heel bekend is de “Battaglia della Valdichiana” een veldslag in 1363 tussen de Senezen, onder leiding van Giordano Orsini en de Florentijnen onder leiding van Niccolo de Montefeltro.
Over deze gebeurtenis is een fresco gemaakt door Lippo Vanni, een veertiende eeuwse schilder uit Siena, die te zien is in het Palazzo Pubblico te Siena, (ca.1364).

lippovannipalazzopubblico70

Foto: www.travelingintuscany.com

lucignano_porta

Foto: www.settemuse.it

Door de Porta San Giusto, die deel uitmaakt van de oude stadsmuur kom je het stadje binnen. Aan weerszijden van deze poort zijn twee caffetteria’s met een heerlijk terras, waar je s’ochtends een espresso met een brioche, een zoet broodje, kunt nuttigen in het opkomende zonnetje. De meeste inwoners komen hier dan ook dagelijks om een praatje te maken voordat zij aan hun dag gaan beginnen.  Als je vervolgens door de poort het oude centrum binnenloopt, zie je links in Via Giacomo Matteotti, de kleinere eenvoudige huizen, waar vroeger de armen woonden en rechts in de Via Roma de elegante paleizen van de historische adellijke families van Lucignano. Als je verder loopt naar het centro storico zie je op de piazza centrale de indrukwekkende Chiesa della Collegiata di San Michele Arcangelo

lucignano-la-collegiata-20150410100509-1000-600

Foto: www.lecantine.net

tourlusignanotrionfo0700Op de foto bezoeken wij deze kerk, waarbij wij werden rondgeleid door een wittekerklusignanoItaliaanse medewerkster van het Museo Comunale di Lucignano en ben ik aan het vertalen wat zij vertelt over de prachtige fresco’s die er bewaard zij uit de veertiende, vijftiende eeuw, zoals die van Bartholo di Fredi (Siena, 1330 – 1410): il trionfo della morte. Als je vervolgens je weg vervolgt richting het Palazzo Comunale, zie je de Chiesa di San Francesco, die opvalt door haar blauw met witte voorgevel.

sala-del-consiglio

Foto: media-cdn.tripadvisor.com

Het is de moeite waard om ook een bezoek te brengen aan het Palazzo Comunale, waar je de raadszaal, de Sala del Consiglio kunt bezoeken, die tegenwoordig gebruikt wordt is voor de raadsvergaderingen van de gemeenteraad met de burgemeester van Lucignano, die er ook haar kantoor heeft, mevrouw Robeta Casini. De ruimte van de raadszaal is rondom beschilderd met een groot werk van de Milanese schilder Luigi Ademollo (1764-1849): Il trionfo di Roma.

14

Foto: www.visitlucignano.it

6752

Foto: www.visitlucignano.it

Onderin het gebouw huist het Museo Civico di Lucignano, hier zijn mooie iconen te zien van Bartolo di Fredi (1455-1523) trittico La Madonna in trono con bambino en Lippo Vanni, (ca. 1350) Madonna in trono con Bambino, San Pietro e San Giovanni Battista.

In de kelder van het museum is de Sala delle Udienze gevestigd, een ruimte, waar door de priorij in de 14e eeuw recht werd gesproken en prachtige muurschilderingen te zien zijn van personages uit de Griekse en Romeinse mythologie, zoals Cesar en Augustus, Aristoteles, maar ook uit de bijbel, zoals Sint Franciscus, de beschermheilige van Lucignano. Ook zijn hier teksten te zien, die herinneren aan de vroegere functie van de ruimte, zoals: odite l’altra parte – vreest de andere kant, een tekst die weinig te raden overlaat over hoe een vonnis kon aflopen…

Naast bovenstaande teksten zijn er regels uit de Divina Commedia van Dante Alighieri op het koepelvormige plafond te zien, die voor de schrijver stonden voor een juiste rechtspraak en vrijheid.

albero1

Foto: www.visitlucignano.it

Het capolavoro, het meesterstuk van het museum is de Albero d’oro, de gouden boom, een werk van Ugolino da Vieri en Gabriello d’Antonio, dat gemaakt is tussen 1350 en 1471.

De boom is 2,60 m hoog, vanuit de stam in het midden steken aan weerszijden 6 takken omhoog, met prachtige gedecoreerde blaadjes aan de uiteinden kleine met koraal versierde medaillons dragen, waarbij het koraal het bloed van Christus uitbeeldt. Op de kruin van de boom staan een pelikaan en een crucifix afgebeeld.

De pelikaan staat symbool voor de zelfopoffering die een moeder voor haar kind heeft en de crucifix verwijst naar het supreme offer van Christus, zijn bloed als bron van leven voor de mensheid. De boom is ook bekend als de Albero dell’amore, de boom van de liefde en veel jonge bruidsparen beloven elkaar dan ook graag trouw voor deze relikwie en worden er vervolgens samen vereeuwigd.

In 2015 is de Albero d’oro di Lucignano op de EXPO in Milaan tentoongesteld, een evenement waar de inwoners van Lucignano heel trots op zijn.

Tijdens het congres verbleef ik in een typisch Toscaans landhuis. Het ruime huis was mooi ingericht en voorzien van van frisse okergele kleuren. Door de ramen zag je de heuvels. De eigenaresse kon niet allen erg lekker koken, maar zij verhuurt deze agriturismi in de streek. Ben je op zoek naar een mooi goed verzorgd vakantiehuis in de omgeving van Lucignano, kijk dan eens op deze link: Vakantiehuis Cepina.com.

Buon divertimento a Lucignano e alla prossima!

Bronnen en extra informatie:

http://www.treccani.it/enciclopedia/

http://www.visitlucignano.it/index-eng.html

http://www.lucignano.com/storia_di_lucignano.html

http://www.visitlucignano.it/museo.html

www.settemuse.it

Je kunt ook deze video bekijken.

Tekst en copyright Louise Helsloot MA – De Italiaanse Culturele Salon © 2021

Giocare a golf ! – Golf spelen! Golfen!

http://www.golfpoggiodeimedici.com/

Naast een passie voor de Italiaanse Taal en Cultuur ben ik ook een enorme golf-fan! Na de eerste moeilijke hindernissen zoals het leren van de golfregels en het GVB halen, is het voornamelijk een kwestie van veel, veel doen! Het is eigenlijk net als het aanleren van een van een vreemde taal, hoe meer je jezelf er in onderdompelt, hoe beter je hem onder de knie krijgt en hoe mooier het resultaat.  Als je beter begint te spelen en dat moment komt absoluut, dus gewoon doorzetten….kun je ook op de grotere banen met veel plezier terecht. Ook in Italië is de golfsport booming. Een heel speciaal golfresort dat ik twee jaar geleden heb bezocht is de golfclub en country hotel: “Poggio dei Medici” gelegen in de Mugello vallei vlak bij het plaatsje Scarperia in Toscane, zo’n 25 kilometer van Florence.Het woord “Poggio” (poggio /’pɔdʒ:o/ s. m. [lat. pŏdium “podio) betekent “verhoging”, “heuvel”, synoniemen zijn: “colle, collina”. Dat is goed te zien aan de glooiende, heuvelachtige 18 holes golfbaan, die één van de meest prestigieuze is in Italië. Deze baan maakt dan ook deel uit van de European Challenge Tour.

http://www.uffizi.org/it/opere/nascita-di-venere-di-botticelli/

Op het landgoed bevindt zich het voormalige jachthuis van de familie De Medici, een van de belangrijkste en grootste Florentijnse families. De familie had veel invloed op de architectuur en de ontwikkeling van de kunsten in Florence. In 1560 werden in deze stad in opdracht van Cosimo I De Medici, de groothertog van Toscane, de “Uffizi” gebouwd. In eerste instantie was het een kantorencomplex gebruikt voor juridische en administratieve taken van de regering, het woord “ufficio” betekent “kantoor”.Het werd pas in 1581 door zijn zoon Francesco I De Medici in gebruik gesteld als museum, waar hij zijn privé kunst-collectie tentoonstelde, wat het begin is geweest van het museum de Galleria degli Uffizi, zoals wij dat tegenwoordig kennen. Aangezien “Poggio dei Medici vlak bij Florence ligt is het ook een prima basis voor een bezoek aan deze prachtige stad.

palazzo_vicari_small

Foto’s: http://www.mugello-info.com/scarperia.htm

Het plaatsje Scarperia is ook heel bijzonder en heeft haar eigen rijke geschiedenis. Het heeft een prachtig, met fresco’s versierd gemeentehuis. Oorspronkelijk heeft het dienst gedaan als een vicariaat, waarmee de De Medici familie zich verzekerde van de controle over het gebied van de Mugello, door hier een familielid aan te stellen.Op de buitenmuren zijn nog diverse wapenschilden te zien.

Tegenwoordig is in dit gebouw het messen-museum gevestigd waar diverse bijzonder gemaakte messen te zien zijn. Tot 1908 waren dit de bekendste artisanale producten van het plaatsje Scarperia. Toen in

zuavadat jaar een speciale wet het dragen van messen die langer waren dan een handpalm verbood, werd daarmee een einde gemaakt aan deze lucratieve en bloeiende handel.

diotto_1_smallDe ruimte wordt daarnaast gebruikt voor culturele activiteiten, zoals het Renaissance festival op de 8e september waarbij men de oprichting van het stadje in 1306 viert en waaraan bijna de gehele lokale bevolking in traditioneel kostuum deelneemt. Als je geluk hebt kun je hier ook speciale avonden en uitvoeringen bijwonen die georganiseerd worden door de operavereniging. Ook kun je in Scarperia volop lokale streekproducten kopen en in de plaatselijke restaurantjes genieten van de Toscaanse boerenkeuken.

Maar je kunt natuurlijk ook heerlijk in de schaduw een boek lezen, ik ben nu: “La lunga vita di Marianna Ucrìa” aan het lezen, een prachtige roman van mijn favoriete schrijfster Dacia Maraini, maar daarover volgende keer meer….!

Tekst en copyright Louise Helsloot – De Italiaanse Culturele Salon © 2016